1. Revalidatiefase
Wat kan het ziekenhuis voor u doen
Dokter en patient

Revalidatiefase

Na een beroerte is het belangrijk om in een vroeg stadium te starten met revalideren. Dit begint al op de Stroke unit, na een screening door de therapeuten en revalidatiearts. Samen met de patiënt en naasten wordt een revalidatieplan gemaakt voor de periode na ontslag uit het ziekenhuis. Als het mogelijk is, gaat de patiënt na ontslag uit het ziekenhuis naar huis en gaat daar verder met de revalidatie.

Bij ongeveer de helft van de patiënten is ontslag naar huis niet mogelijk en volgt revalidatie in een verpleeghuis of revalidatiecentrum. Wat de meest geschikte plek is voor verdere revalidatie hangt af van de ernst van de uitvalsverschijnselen, de leeftijd en andere beperkende factoren. Bij de revalidatie behandeling zijn o.a. de volgende zorgverleners betrokken: revalidatieartsen, fysiotherapeuten, logopedisten, ergotherapeuten, verpleegkundigen, psychologen, de eigen huisarts en het maatschappelijk werk. Ongeveer 20 procent van de patiënten met een beroerte heeft uiteindelijk blijvende verpleging nodig. Lees meer over het intensief oefenen na een beroerte.

Intensief oefenen na een beroerte

Patiënten met een beroerte (CVA) moeten (volgens evidence based richtlijnen KNGF en CBO) zo snel mogelijk starten met het oefenen van alledaagse handelingen. Door snel te starten en intensief te revalideren, herstellen ze sneller en hebben op lange termijn betere resultaten ten aanzien van algemene dagelijkse activiteiten en loopvaardigheid. Hoe meer er geoefend wordt, hoe beter.

Direct aan de slag

In Rijnstate worden elke maand ongeveer 50 patiënten met een beroerte opgenomen. Zij krijgen een dag na opname, direct na de multidisciplinaire screening, een oefengids uitgereikt waarmee ze zelf aan de slag kunnen. Ook kan de patiënt, naast individuele therapie, één of meerdere keren per week aansluiten bij een van de oefengroepen.

Het gebruik van een oefengids en het opstarten van oefengroepen is voortgekomen uit een multidisciplinair initiatief van paramedici (fysiotherapeuten, ergotherapeuten, logopedisten) en verpleegkundigen, waarbij ook de neurologen, revalidatiearts en de voedingsassistenten betrokken zijn. Er werd gezocht naar een manier om de patiënten meer te activeren op een kosteneffectieve manier.

Dagelijks oefenen met oefengids

"Het kwam goed uit," vertelt fysiotherapeute Willemieke Driebergen, "dat er net door een landelijke projectgroep 'Snel in beweging' een oefengids ontwikkeld werd. Deze oefengids 'Zelf oefenen na een beroerte' sloot goed aan bij wat wij zochten. De oefengids bestaat uit een algemeen deel en uit oefeningen van verschillende niveaus, opgedeeld in blauwe, groene en oranje oefeningen. Welke kleur iemand krijgt hangt af van zijn niveau. Omdat wij de moeilijkste oefeningen te makkelijk vonden voor de patiënten die bijna volledige functie van arm en been hadden, hebben wij een extra niveau met rode oefeningen toegevoegd." De patiënten kunnen zelfstandig, of met hulp van familie of verpleegkundigen met de oefengids aan de slag. De verpleegkundigen geven uitleg aan de familie en stimuleren de patiënten om juist ook in de weekenden te trainen. Tijdens de verschillende therapieën worden de oefeningen doorgenomen. Als de patiënt met ontslag gaat, gaat het oefenboek mee. In revalidatiecentrum en verpleeghuizen wordt ook met de oefengids gewerkt, zodat de intensieve revalidatie voortgezet wordt.

Elke dag wordt er op een vast moment (tussen 14.00 uur en 15.00 uur) geoefend met de oefengids. Eventueel aanwezig bezoek wordt uitgenodigd om mee te oefenen en zo nodig te helpen. Ook is er een therapeut aanwezig om te begeleiden bij het oefenen.

Ergotherapeute Tessa Slot is erg te spreken over het project: "zowel voor de patiënt als voor ons geeft dit project voldoening omdat op deze manier de patiënten zo optimaal mogelijk kunnen revalideren. In de toekomst hopen we de methode hier in het ziekenhuis te kunnen blijven uitvoeren en de puntjes op de i te zetten. Ook hopen we deze methode nog meer uit te rollen in de zorgketen, bijvoorbeeld in de eerstelijn."

Na de revalidatiefase volgt de chronische fase