Aandoening, behandeling en onderzoek
Specialist in spreekkamer geeft patiënte een hand
Laatste informatie over het coronavirus

Behandeling van een lui oog

De orthoptist en de oogarts hebben de ogen van uw kind onderzocht en geconstateerd dat uw kind een lui oog (= amblyopie) heeft. Hier vindt u informatie over de oorzaken en de behandeling van een lui oog.

Een lui oog 

Men spreekt van een lui oog als de ontwikkeling van de gezichtsscherpte niet of onvoldoende op gang komt. Er is dan op jonge leeftijd sprake van een duidelijk verschil in gezichtsscherpte tussen beide ogen. Het kind ontwikkelt een sterke voorkeur om met het goede oog te kijken. Het slechte oog wordt niet of veel minder gebruikt. Het valt niet altijd op dat een kind een lui oog heeft. Het goede oog ziet vaak goed genoeg om het luie oog te compenseren.

Oorzaken van een lui oog 

Oorzaken van een lui oog zijn: 

  • scheelzien;
  • een brilafwijking;
  • een organische afwijking zoals staar, troebeling van het hoornvlies of een hangend bovenooglid;
  • een combinatie van bovenstaande punten.

Scheelzien 
Bij scheelzien zijn beide ogen niet op eenzelfde punt gericht. In de hersenen komen twee beelden binnen die niet samengevoegd kunnen worden. Hierdoor ontstaat een dubbel beeld. Jonge kinderen hebben het vermogen om het dubbele beeld van het scheelziende oog te onderdrukken. Hierdoor verdwijnt de prikkel voor de ontwikkeling van de gezichtsscherpte met als gevolg dat dit oog minder gaat zien.

Brilafwijking/organische afwijking 
Bij een brilafwijking of een organische afwijking ontvangen de hersenen twee verschillende beelden, een scherp en een wazig beeld. Het wazige beeld wordt in de hersenen onderdrukt. Hierdoor verdwijnt de prikkel voor de ontwikkeling van de gezichtsscherpte met als gevolg dat dit oog minder gaat zien.

Reden voor behandeling 

Een kind heeft zelf meestal geen last van een lui oog. Het goede oog ziet immers voldoende. Toch is het belangrijk dat een lui oog behandeld wordt en wel om de volgende redenen: 

  • Als er met het goede oog iets gebeurt (bijvoorbeeld netvliesafwijkingen ten gevolge van suikerziekte of bijvoorbeeld vuurwerktrauma) en het luie oog is niet behandeld, is er grote kans op ernstige slechtziendheid.
  • Twee ogen samen zien beter dan één oog alleen.
  • Twee ogen samen zien beter diepte.
  • Voor sommige beroepen wordt een goed gezichtsvermogen van beide ogen gevraagd.
  • Een lui oog dat niet behandeld wordt, zal in de regel steeds slechter gaan zien. Het slechtziende oog kan op den duur scheel gaan staan.

Hoe eerder het luie oog behandeld wordt, hoe groter de kans op twee ogen met een scherp zicht. 

Behandeling 

Een lui oog wordt behandeld door het goede oog met een pleister af te plakken. Het luie oog wordt hierdoor gestimuleerd om beter te kijken. Sommige kinderen dragen de pleister een kwartier per dag, andere de hele dag. Dit hangt af van de leeftijd van het kind, de ontstaansgeschiedenis van het luie oog en de mate van slechtziendheid. Vaak duurt de behandeling enkele jaren.

Als het afplakken van het oog niet lukt, kan de pleister op een eventuele bril geplakt worden. Ook wordt wel gebruik gemaakt van atropine oogdruppels om het beeld van het goede oog tijdelijk te verslechteren( zie ook folder “Atropine”). Deze behandelingen werken alleen als het luie oog minimaal 50% ziet.

Bij een duidelijke oogsterkte-afwijking zal de orthoptist een bril adviseren. De brilsterkte wordt gemiddeld eenmaal per jaar gecontroleerd. Indien er sprake is van een organische afwijking, zoals staar, zullen de oogarts en de orthoptist u adviseren over de beste behandeling.

Wanneer beide ogen goed zien, is het luie oog genezen. Toch moet uw kind vaak nog een tijd doorgaan met afplakken. Dit is om te voorkomen dat het oog opnieuw lui wordt.

Gevolgen voor het dagelijks leven 

Het afplakken van het goede oog heeft gevolgen voor het zicht van uw kind. Zeker de eerste periode is het beeld tijdens het dragen van de pleister wazig. Met de pleister op ziet uw kind ook minder diepte. Let er daarom extra op dat uw kind niet van de trap valt of ergens tegenaan loopt. Laat uw kind niet meteen fietsen met de pleister op. Ook is het gezichtsveld met de pleister op wat beperkter.

Schoolgaande kinderen kunnen op school hinder ondervinden van het afgeplakte oog. Bespreek dit met de leerkracht: mogelijk is een andere plek in de klas gewenst of is er extra tijd nodig bij schoolwerk. Overleg in dat geval met de orthoptist of het oog alleen buiten schooltijd afgeplakt kan worden. Meestal zijn kinderen echter snel gewend aan het wazige beeld en redden ze zich prima met de pleister op.

Risico’s 

Een weinig voorkomend risico is dat door het afplakken een verborgen neiging tot scheelzien kan overgaan in echt scheelzien. Uw kind kan dan na het afplakken even heel scheel kijken en soms ook last hebben van dubbel zien. Als dit maar een paar minuten duurt, kan dit geen kwaad. Als het steeds langer duurt, dient u contact op te nemen met de orthoptist. Meestal wordt er dan voor gekozen om op een ander tijdstip of korter te plakken. In enkele gevallen kan toename van scheelzien door afplakken niet worden voorkomen. In dergelijke gevallen is een oogspieroperatie nodig om de oogstand weer goed te krijgen.

Er is een heel klein risico dat het goede oog tijdelijk iets minder gaat zien. De brilsterkte verandert overigens niet door het afplakken.

Om verstikkingsgevaar te voorkomen, moet u bij heel jonge kinderen oppassen dat ze de pleister niet in de mond stoppen.

Oogpleister 

De orthoptist geeft u een recept waarmee u bij uw eigen apotheek of bij de apotheek in kliniek Velp (begane grond) de pleisters kunt halen. Oogpleisters worden niet gebruikt als verbandmiddel en worden daarom vergoed door uw verzekering.

Controle 

Meestal zijn de resultaten van de behandeling goed en gaat het luie oog steeds scherper zien. Ook als het oog al goed ziet, moet uw kind vaak nog enkele uren per week afplakken om te voorkomen dat het weer minder gaat zien. Controles vinden om de paar maanden plaats. Indien nodig wordt regelmatig de brilsterkte gecontroleerd. Meestal blijft een kind tot ongeveer het tiende jaar onder controle.

Vragen 

Mocht u na het lezen van deze informatie vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Oogheelkunde in Rijnstate Velp:

Rijnstate Oogheelkundig Centrum, 4e etage
President Kennedylaan 100
6883 AZ Velp
Tel. 088 – 005 5022

Bovenstaand telefoonnummer geldt ook voor patiënten uit Rijnstate Arnhem, Rijnstate Zevenaar en Rijnstate Arnhem-Zuid.

Kijk voor meer informatie op www.rijnstate.nl of www.orthoptie.nl

Onze specialismen

voor deze aandoening
Sluiten

Welke informatie wilt u downloaden?

De pagina die u nu bekijkt, is automatisch aangevinkt om te downloaden. Ziet u hieronder nog meer pagina’s staan? Dan kunt u zelf aanvinken welke pagina’s u wilt toevoegen.

De huidige pagina

Lettergrootte PDF
Deel PDF via: