Aandoening, behandeling en onderzoek
Specialist in spreekkamer geeft patiënte een hand

Anesthesie bij kinderen

Binnenkort moet uw kind een operatie ondergaan onder narcose. Lees deze informatie goed door, dan weten u en uw kind wat er gaat gebeuren. Een afspraak maken met een medisch pedagogisch zorgverlener van het Kindercentrum om een voorlichtingsfilm te bekijken en uw kind eventueel te laten oefenen met het ‘narcosekapje’ is ook mogelijk: telefoonnummer 088 - 005 8915.

Pre-operatieve screening 

Als uw kind wordt geopereerd, wil de anesthesist hem of haar eerst nog zien. Bij een geplande opname gebeurt dit op de Pre-operatieve Screening (POS). Hier wordt gekeken of uw kind de operatie goed en veilig kan doorstaan en kunt u aanvullende vragen stellen. Tijdens de POS vraagt de anesthesist u als ouder/verzorger om toestemming voor de anesthesie volgens de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO). Bij een spoedopname spreekt de anesthesist u en uw kind meestal vlak voor de operatie in het operatiekamercentrum.

Eten en drinken voor de operatie 

De slik- en hoestreflex voorkomt dat uw kind zich niet verslikt. Tijdens de narcose verdwijnt de slik- en hoestreflex. Als dit gebeurt, kan dat een ernstige longontsteking tot gevolg hebben. Daarom zijn we voorzichtig met het geven van eten en drinken voor de narcose.

Wij vragen u om rekening te houden met het volgende:

Kinderen mogen tot zes uur voor de opname in het ziekenhuis een boterham en een glas melk of pap (normale hoeveelheid). Bij opname tot aan de operatie krijgt uw kind van de verpleegkundige/verzorgende het volgende te drinken: water, thee (zonder melk), appelsap of aanmaaklimonade (géén priklimonade).

Baby's tot zes maanden mogen tot zes uur voor de operatie flesvoeding of poedermelk. Borstvoeding mag tot 4 uur voor de operatie.

Kinderen vanaf 6 maanden mogen tot 6 uur voor de operatie borstvoeding krijgen.

Let op! 

Als u zich niet aan deze voorschriften houdt, gaat de operatie niet door, omdat er anders gevaarlijke complicaties kunnen optreden.

Voorbereiding voor de operatie 

Kinderen: 

  • Sieraden, piercings, kunstnagels, contactlenzen, make-up, haarspeldjes en nagellak verwijderen
  • Lang haar vast: lange haren in vlecht of vastzetten met een bandje (geen metaal).

Ouders:

  • Zichtbare sieraden en piercings verwijderen, als u mee naar de operatie gaat.

Narcose 

Tijdens de narcose wordt uw kind in diepe slaap gebracht, zodat hij of zij niets van de operatie merkt. Uw kind wordt weer wakker als de operatie achter de rug is en zal zich niets van de operatie kunnen herinneren. In een aantal gevallen kunnen u en uw kind kiezen tussen narcose door middel van een prikje of een kapje:
Voor kleine kinderen, van baby tot ca. vijf á zes jaar wordt vaak gekozen voor een narcose die begint met een kapje. Via het kapje voor de neus/mond ademt uw kind anesthesiedampen in, die ervoor zorgen dat uw kind in slaap valt. Tijdens het in slaap vallen kan een kind soms ongecontroleerde bewegingen maken met armen, benen en ogen. Dit is heel gewoon en niet zorgwekkend.

Om veiligheidsredenen krijgen kinderen vaak alsnog een infuusnaaldje als ze onder narcose zijn. Hoe groter een kind is, hoe langer het duurt voordat een kind in slaap valt. Die fase van in slaap vallen kan soms voor een kind onaangenaam zijn. Daarom krijgen grotere kinderen en ook kinderen die niet nuchter zijn, het narcosemiddel meestal via een infuusnaaldje toegediend. Bij narcose met een prikje wordt er eerst verdovende crème op de hand/arm aangebracht. Hierdoor is de prik minder pijnlijk.

Bij sommige operaties is het mogelijk uw kind, terwijl het onder narcose is, een plaatselijke verdoving te geven. Dan doet de operatiewond bij het ontwaken minder pijn. Als een plaatselijke verdoving mogelijk is, is dat tijdens het gesprek met de anesthesioloog met u besproken. In het algemeen is het mogelijk uw kind te begeleiden tot het onder narcose is. In sommige gevallen is dit in verband met de veiligheid niet mogelijk. De anesthesioloog beslist dit.

Tijdens de operatie is er altijd een anesthesiemedewerker of anesthesioloog aanwezig. Deze controleert de hartslag, bloeddruk en ademhaling van uw kind. Na de operatie, als uw kind op de uitslaapkamer is, mag een van de ouders/begeleiders bij het kind aanwezig zijn.

Let op! 

Als de volgende situatie zich voordoet, moet u contact opnemen met de afdeling Opname van het ziekenhuis. Het kan zijn dat de operatie moet worden uitgesteld: 

  • als uw kind op de dag van opname of operatie ziek is en/of koorts heeft (meer dan 38°C);
  • als de operatie gepland is binnen twee dagen na inenting voor DKTP / HIB / meningokokken/pneumokokken of binnen twee weken na BMR-inenting;
  • als uw kind in de drie weken vóór de operatie in contact is geweest met een kinderziekte die het zelf nog niet gehad heeft (bijvoorbeeld waterpokken).

Opmerking 

Rijnstate is een opleidingsziekenhuis. U komt daarom zowel anesthesiologen als anesthesiologen in opleiding tegen. Het kan voorkomen dat degene die de verdoving toedient, iemand anders is dan de persoon die u tijdens het Preoperatieve Spreekuur heeft gesproken.

Heeft u vragen? 

U kunt bellen met telefoonnummer 088 - 005 6172 (Rijnstate Arnhem, Rijnstate Velp) of 008 - 005 9784 (Rijnstate Zevenaar). Met vragen over de operatie kunt u contact opnemen met uw specialist. 

 

Sluiten

Welke informatie wilt u downloaden?

De pagina die u nu bekijkt, is automatisch aangevinkt om te downloaden. Ziet u hieronder nog meer pagina’s staan? Dan kunt u zelf aanvinken welke pagina’s u wilt toevoegen.

De huidige pagina

Lettergrootte PDF
Deel PDF via: