Aandoening, behandeling en onderzoek
Specialist in spreekkamer geeft patiënte een hand
Laatste informatie over het coronavirus

Medicatie bij milde of matige dementie

Helaas is dementie nog niet te genezen. Wel zijn er medicijnen die het proces bij de ziekte van Alzheimer, Lewy Body dementie en parkinsondementie kunnen vertragen of bepaalde verschijnselen kunnen verminderen. Deze medicijnen heten cholinesteraseremmers. Hier leest u meer over de behandeling met deze medicijnen.

Cholinesteraseremmers genezen de beschadiging van de hersenen niet, maar kunnen de gevolgen van Alzheimer, Lewy Body dementie en parkinsondementie vertragen. Hierdoor kunt u langer zelfstandig blijven functioneren. De effecten van de medicijnen zijn per persoon verschillend en niet te voorspellen. In Nederland gebruiken we vooral rivastigmine en galantamine.

Werking van rivastigmine en galantamine (cholinesteraseremmers) 

Onze hersenen hebben een sturende taak. Ze kunnen deze taak alleen uitvoeren als hersendelen met elkaar in contact staan. Voor dit contact zijn bepaalde ‘boodschapperstoffen’ nodig (de zogenaamde neurotransmitters). Bij een tekort aan neurotransmitters ontstaan er problemen met de hersenfuncties. Dat zijn de functies om te kunnen denken, begrijpen, lezen, schrijven, herinneren en onthouden. Een van de neurotransmitters in de hersenen is acetylcholine. Bij sommige vormen van dementie lijkt er een tekort te zijn aan acetylcholine.

Rivastigmine en galantamine zijn cholinesteraseremmers, medicijnen die de afbraak van acetylcholine remmen, waardoor de hoeveelheid acetylcholine in de hersenen stijgt. De prikkeloverdracht tussen de zenuwcellen kan hierdoor zo optimaal mogelijk blijven en de symptomen van de dementie mogelijk beperken.

Welk effect hebben de medicijnen? 

Tijdens onderzoeken naar het effect van rivastigmine en galantamine hebben onderzoekers gelet op het effect op de achteruitgang van hersenfuncties, de algemene indruk en het dagelijks functioneren van mensen met de ziekte van Alzheimer. Bij sommige mensen werd de achteruitgang op één of meerdere van deze functies vertraagd. Bij anderen bleef de situatie gelijk en bij een kleine groep werd een lichte verbetering waargenomen.

In het algemeen verbeteren bij patiënten die rivastigmine of galantamine gebruiken de aandacht, concentratie en het spraakvermogen maar niet zozeer het geheugen. Partners merken op dat de persoon met dementie ‘er meer bij is’, weer ‘meedoet’ en ‘deelneemt aan het gesprek’. Dit merkbare effect treedt echter bij een minderheid van de gebruikers op, zo’n 10-15 %. De medicatie werkt dus niet bij iedereen.

Bijwerkingen 

De belangrijkste bijwerkingen van galantamine en rivastigmine zijn misselijkheid, braken, gebrek aan eetlust, gewichtsverlies, duizeligheid, hoofdpijn, zwakte en slaperigheid, met name in het begin van de behandeling en bij elke verhoging van de dosis. De meeste bijwerkingen verdwijnen binnen enkele dagen. Is dat niet het geval, neemt u dan altijd contact op met de verpleegkundig specialist.

In verband met de werking en mogelijke bijwerkingen van de medicijnen is het een voorwaarde dat de medicatie onder toezicht van familie of de thuiszorg gebruikt wordt. Zie voor meer informatie over bijwerkingen de bijsluiter van de apotheek.

Hoe gebruikt u de medicijnen? 

Rivastigmine (pleister) 
De pleister zorgt ervoor dat het medicijn gedurende 24 uur gereguleerd door het lichaam wordt opgenomen via uw huid. De startdosis is 4,6 mg/24 uur. Na vier weken wordt de pleister vervangen door 9,5 mg/24 uur.

Let bij het gebruik van de pleister op de volgende punten: 

  • Plak de pleister op een gezonde huid waar geen wondjes, uitslag of irritaties zitten.
  • Zorg ervoor dat de huid schoon, droog en onbehaard is (scheren mag, maar niet op de dag van plakken) en niet vlak ervoor ingesmeerd is met olie, poeder, crème of lotion. U kunt deze producten wel na het plakken van de pleister gebruiken. U mag ook gewoon in douche of in bad gaan nadat de pleister is aangebracht.
  • Verwissel de pleister iedere dag rond hetzelfde tijdstip. Maak de verpakking pas open net voordat de pleister wordt opgeplakt.
  • Omdat er onder de pleister een actieve stof door uw huid gaat, kan uw huid een reactie vertonen, zoals roodheid of jeuk. Deze reactie is zichtbaar wanneer de pleister na 24 uur wordt verwijderd. Uw huid moet hiervan ongeveer twee weken herstellen. Het is daarom belangrijk dat de volgende pleister de komende twee weken op een andere plaats geplakt wordt. Plak de pleisters op de zijkant van uw bovenarmen, op uw rug en op uw (onbehaarde) borst. Zorg ervoor dat u de pleister nooit binnen twee weken op exact dezelfde plek plakt. De pleister mag wel in dezelfde zone aangebracht worden. Na twee weken kunt u wel weer dezelfde plek gebruiken. Uw huid is dan weer hersteld.
  • Is het gebied met roodheid veel groter dan de pleister en constant aanwezig of heeft u last van jeuk, neemt u dan contact op met de verpleegkundig specialist.
  • Als u de pleister verwijdert, houdt u de huid strak en trekt u één rand van de pleister voorzichtig omhoog. Trek dan zachtjes de pleister van uw huid. Plak daarna de nieuwe pleister op en was uw handen met water en zeep. Raak uw ogen niet aan voordat u uw handen heeft gewassen.

Rivastigmine (tabletten) 
Als u tabletten krijgt, neemt u deze twee keer per dag met het eten in. De startdosis bedraagt twee maal daags 1,5 mg. Als u deze dosering na vier weken goed verdraagt, wordt de dosis verhoogd tot twee maal daags 3 mg. Gaat dit ook goed, dan wordt de dosis verder verhoogd tot 4,5 mg en vervolgens tot 6 mg (twee maal daags). De dosering waarbij gunstige effecten zijn gevonden, bedraagt 6 tot 12 mg per dag.

Galantamine (tabletten) 
Krijgt u galantaminetabletten, dan neemt u deze één keer per dag in bij het eten, bij voorkeur in de ochtend. De startdosis is 8 mg. Als u deze dosering na vier weken goed verdraagt, wordt deze verhoogd naar 16 mg. Gaat dit ook goed, dan neemt u 24 mg per dag. De dosering waarbij gunstige effecten zijn gevonden, bedraagt 16 tot 24 mg per dag.

Controles door de verpleegkundig specialist 
Tijdens de opbouwfase belt de verpleegkundig specialist u 3 à 4 weken nadat u gestart bent met de medicatie en elke 3 à 4 weken na een verhoging van de dosering. De verpleegkundig specialist informeert dan naar eventuele bijwerkingen, uw gewicht en uw algemene bevindingen. Dit telefonisch gesprek kan met uzelf plaatsvinden of met uw mantelzorger.

Na de opbouwfase houdt de verpleegkundig specialist regelmatig telefonisch contact met u of uw mantelzorger. Na 10 tot 12 maanden wordt een afspraak bij de verpleegkundig specialist op de polikliniek Geriatrie ingepland. Tijdens deze afspraak bespreekt zij met u hoe u functioneert in het dagelijks leven en wordt een geheugentest herhaald. Daarna wordt beoordeeld of de behandeling wordt voortgezet. In principe neemt de huisarts in dat geval de controles over.

Vragen? 

Heeft u vragen of zijn er onduidelijkheden, dan kunt u altijd bellen met de polikliniek Geriatrie. Wij zijn maandag tot en met vrijdag bereikbaar van 8.00 - 17.00 uur op telefoonnummer 088 - 005 7730.

Wij verbinden u dan door met uw verpleegkundig specialist of vragen aan de verpleegkundig specialist of zij u terugbelt.

Onze specialismen

voor deze aandoening
Sluiten

Welke informatie wilt u downloaden?

De pagina die u nu bekijkt, is automatisch aangevinkt om te downloaden. Ziet u hieronder nog meer pagina’s staan? Dan kunt u zelf aanvinken welke pagina’s u wilt toevoegen.

De huidige pagina

Lettergrootte PDF
Deel PDF via: