1. Betere medicatie beschikbaar voor patiënten met ernstig astma
Patiënte met arts en verpleegkundige in een behandelkamer

Betere medicatie beschikbaar voor patiënten met ernstig astma

In de afgelopen jaren is er veel veranderd in de behandeling van astma. We stellen u als zorgverlener hierbij op de hoogte van de recente ontwikkeling.

Terwijl vroeger de keuze bij obstructieve longziekte beperkt was, is het nu nodig om elke astmapatiënt te fenotyperen. Fenotyperen betekent dat elke patiënt gelabeld wordt in allergisch/niet-allergisch, eosinofiel/niet-eosinofiel, early onset/late onset. Verder speelt een rol of patiënten neusklachten en/of overgewicht hebben en/of gerookt hebben. Dat laatste kan dan ook nog zorgen voor een overlapbeeld van COPD/astma.

Licht, matig of ernstig astma

Vervolgens wordt  de ernst van het astma ingedeeld in  licht/matig/ernstig astma. Die laatste groep betreft over het algemeen maar 5 procentvan alle astmapatiënten. Het is belangrijk om vast te stellen dat een moeilijk behandelbaar astma niet altijd een ernstig astma hoeft te zijn.

Bij moeilijk behandelbaar astma zijn er vele factoren die een probleem veroorzaken bij het goed instellen van de patiënt, zoals psychosociale problematiek, therapietrouw, inhalatie-instructie, prikkels, bijkomende KNO-klachten , maagklachten etc. Aan deze factoren zal daarom steeds aandacht moeten worden besteed, alvorens de diagnose ernstig astma kan worden gesteld.

Add-on medicatie

Bij de ernstige astmapatiënten is er in de afgelopen jaren de mogelijkheid tot add-on medicatie; bij patiënten die in GINA groep 5 zitten (ernstig astma) en gelabeld zijn als allergisch/eosinofiel, is er de mogelijkheid tot biologicals, zoals anti-IgE medicatie (omalizumab), anti-IL5 medicatie (mepolizumab, reslizumab, benralizumab) en anti-IL4/13 medicatie (dupilumab).

Het is belangrijk dat u in de eerste lijn op de hoogte bent van deze ontwikkeling. Bij patiënten met tweeof meer exacerbaties per jaar, waarvoor corticosteroiden per os nodig zijn, kunnen we beoordelen of zij beter kunnen worden ingesteld en of de patiënten een betere kwaliteit van leven kunnen bereiken  met deze (dure) add-on medicatie. We beoordelen ditnadat zij binnen ons MDO-astmateam besproken zijn.

Door deze belangrijke ontwikkeling met add-on medicate kunnen patiënten veel minder klachten hebben, minder verzuimen van werk/school en in de toekomstminder bijwerkingen van systemische corticosteroiden ervaren.

Plannen voor huisartsennascholing in 2020 over astma

We overwegen om volgend jaar in overleg met de huisartsen een nascholing over dit thema te beleggen. Wanneer u interesse heeft, geef dit dan aan in het evaluatieformulier van de komende nascholing op 24 september of laat het weten via uniteerstetweedelijn@rijnstate.nl.