Uw ziekenhuis met lokaties in Arnhem, Zevenaar, Velp, Dieren en Arnhem-Zuid.


Rijnstate Pijncentrum onderzoekt nieuwe behandeling van opvliegers

01-09-2017 

Het Pijncentrum van Rijnstate onderzoekt, samen met de afdeling Interne Geneeskunde, of een nieuwe behandelmethode van ernstige opvliegers effectief is. Bij deze nieuwe methode wordt een zenuwknoop in de hals verdoofd, waardoor de opvliegers gedurende een aantal maanden sterk verminderen. De eerste resultaten zijn veelbelovend.

Opvliegers zijn een zeer algemeen verschijnsel bij vrouwen die in de overgang komen. Bij ongeveer 20 procent van de vrouwen zijn de opvliegers zo frequent en heftig dat ze bijna ondraaglijk zijn en het leven in sterke mate negatief beïnvloeden.


Welke behandeling wordt onderzocht?

Het stellatum-ganglion is een zenuwknoop in de hals. Deze staat in verbinding met een deel van de hersenen dat een belangrijke rol lijkt te hebben bij opvliegers. “Door een injectie te geven op deze locatie waardoor de zenuwknoop wordt verdoofd, hebben we in de voorbereidende studie gezien dat bij een groot deel van de vrouwen de opvliegers sterk verminderen”, aldus pijnspecialist Jan Willem Kallewaard van Rijnstate. “Een medisch wetenschappelijk onderzoek naar de behandeling is een belangrijke vervolgstap om na te gaan of de stellatum-ganglion blokkade daadwerkelijk effectief is bij de behandeling van ernstige opvliegers. We verwachten dat de behandeling effectiever is dan de meeste momenteel beschikbare middelen."

Minder kans op bijwerkingen
De meest effectieve behandeling van overgangsklachten is de behandeling met het vrouwelijke hormoon (oestrogeen). Echter een langdurige behandeling met oestrogenen bij vrouwen op middelbare en hogere leeftijd heeft een aantal nadelen, zoals een verhoogde kans op hart- en vaatziekten, borstkanker en kanker van het baarmoederslijmvlies.

In de voorbereidende studie is gebleken dat de zogenaamde stellatum-ganglion blokkade het aantal opvliegers kan verminderen, maar niet de nadelen heeft van de behandeling met oestrogeen. De stellatum-blokkade is dan ook een belangrijke behandelmogelijkheid voor vrouwen die borstkanker met hormoongevoelige tumoren hebben of hebben gehad. Deze vrouwen komen door de kankerbehandeling voortijdig in de overgang en kunnen dan heftige opvliegers krijgen. Deze klachten kunnen echter niet met oestrogeen behandeld worden, omdat daardoor het risico op hernieuwde borstkanker zou worden verhoogd.

De effectiviteit van stellatum-blokkade lijkt gemiddeld een aantal maanden aan te houden, waarna de opvliegers geleidelijk weer terugkeren. Dan kan de injectie herhaald worden, maximaal vier keer per jaar.

Wetenschappelijk onderzoek noodzakelijk
Hoewel eerder onderzoek heeft uitgewezen dat de stellatum-blokkade opvliegers kan verminderen, kan de behandeling nog niet buiten studieverband worden aangeboden. Hiervoor is eerst een wetenschappelijk onderzoek nodig waarbij de stellatum-behandeling met een verdovingsmiddel wordt vergeleken met een nepmiddel, ook wel placebo genoemd.

Het onderzoek is een vergelijkend onderzoek. Met andere woorden; na een screening of de patiënte voldoet aan de criteria voor deelname wordt zij door middel van loting willekeurig toegewezen aan een groep die een stellatum-ganglion-blokkade met een verdovingsprik ondergaat of aan een groep die een nepprik met een zoutoplossing ontvangt. De patiënt en de dokter weten gedurende de onderzoeksperiode niet of zij een verdovingsprik of de nepprik heeft gehad, dat wordt pas na afloop van het onderzoek bekendgemaakt. Na de prik houdt de patiënte gedurende zes maanden een dagboek bij, vult diverse vragenlijsten in die onder andere gaan over de kwaliteit van leven en krijgt nog éénmaal een bloedonderzoek. Patiënten die na het onderzoek blijken een nepprik te hebben ontvangen, krijgen achteraf alsnog de echte behandeling.

Verwijzing huisarts
Vrouwen (tussen de 30 en 70 jaar) die mee willen doen aan het onderzoek en in aanmerking willen komen voor de nieuwe behandelmethode kunnen zich aanmelden bij hun eigen huisarts. De huisarts zorgt voor een verwijzing naar Rijnstate.

Meer over het Pijncentrum.