1. Schildklieraandoeningen
Aandoening en behandeling
Specialist in spreekkamer geeft patiënte een hand

Schildklieraandoeningen

De schildklier is een vlindervormig orgaan dat in de hals onder het strottenhoofd en boven het borstbeen tegen de luchtpijp ligt. De schildklier produceert belangrijke schildklierhormonen. Deze hormonen zijn noodzakelijk voor de groei, de ontwikkeling van het verstandelijk vermogen en vele stofwisselingsprocessen in het lichaam. Helaas komt het nogal eens voor dat de schildklier te veel of te weinig schildklierhormoon aanmaakt. Dat is het gevolg van een schildklieraandoening. Vijf procent van de Nederlanders heeft een schildklieraandoening.

Te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie)

Een te snel werkende schildklier wordt hyperthyreoïdie genoemd. Dit gaat gepaard met klachten als nervositeit, hartkloppingen, gejaagdheid, gewichtsverlies en trillende handen. Een hyperthyreoïdie kan veel oorzaken hebben, zoals een te snel functionerend struma, een virusontsteking, het gebruik van bepaalde medicijnen (zoals Cordarone) of de ziekte van Graves.

De ziekte van Graves is een auto-immuunziekte, waarbij uw lichaam afwijkende antistoffen produceert die de lichaamseigen cellen of weefsels van uw schildklier stimuleren waardoor ze te snel gaan werken en te veel schildklierhormoon maken. Ook kunt u te maken krijgen met oogklachten.
Door bloedonderzoek en een schildklierscan kan de oorzaak van een te snel werkende schildklier bij u worden vastgesteld. Sommige vormen van hyperthyreoïdie gaan vanzelf over. Andere vormen moeten worden behandeld.

Te traag werkende schildklier (hypothyreoïdie)

De term hypothyreoïdie geeft aan dat de schildklier te weinig schildklierhormoon maakt. Hierdoor functioneren alle organen in het lichaam langzamer. Klachten die hierbij kunnen ontstaan zijn onder andere kouwelijk zijn, gewichtsstijging, traagheid, concentratiestoornissen en stemverandering. Voorkomende oorzaken zijn een aangeboren afwijking van het schildklierweefsel, een bepaald soort geneesmiddelengebruik of de ziekte van Hashimoto. Dit is een auto-immuunziekte, waarbij het lichaam een ontstekingsreactie in gang zet in de schildklier. Om de precieze oorzaak van een te traag werkende schildklier te achterhalen, is bloedonderzoek nodig.

Vergroting van de schildklier (struma)

Een vergroting van de schildklier wordt struma genoemd. Meestal is een struma goedaardig, in sommige gevallen niet. Een struma kan teveel, te weinig of een normale hoeveelheid schildklierhormoon produceren. Door bloedonderzoek en een schildklierscan wordt de oorzaak vastgesteld.

Verdikking van de schildklier (nodus)

Een lokale verdikking van de schildklier wordt nodus genoemd. Hoewel slechts een zeer klein percentage kwaadaardig is, is het belangrijk om snel zeker te weten of het om een goedaardige of kwaadaardige verdikking gaat. Een bloedonderzoek en een scan geven hier duidelijkheid over. Vaak is daarna nog een schildklierpunctie nodig.

Een goedaardige nodus hoeft meestal niet te worden behandeld. Dit gebeurt alleen als de nodus zo groot is, dat hij ergens op drukt en daardoor klachten veroorzaakt. Bij een kwaadaardige nodus is wel direct een behandeling nodig.

Behandeling

Bij schildklieraandoeningen zijn er drie mogelijke behandelingen: geneesmiddelen,radioactief jodium of een schildklieroperatie.

Geneesmiddelen

Wanneer u een tekort heeft aan schildklierhormonen slikt u medicatie die het tekort aanvullen. Dit zijn zuivere hormoonpreparaten. De arts voert de dosering van deze medicatie langzaam op, totdat u klachtenvrij bent. Dit instellen van de therapie wordt door bloedonderzoek nauwkeurig gevolgd.

Wanneer u te veel schildklierhormoon produceert, krijgt u medicatie die de schildklierfunctie afremmen. Dit gebeurt dusdanig sterk dat de schildklier geen of nauwelijks meer schildklierhormoon maakt. Na zes weken begint u met een schildklierhormoon om wat u tekort krijgt aan te vullen, zodat u wat beter functioneert. U start dan met de zogeheten combinatietherapie. Deze therapie duurt een jaar.

Radioactief jodium

Radioactief jodium kan voor drie doeleinden worden toegepast. Het wordt gebruikt bij hyperthyreoïdie die niet op medicijnen reageert. Verder wordt het toegepast bij een groot struma om het struma te verkleinen. Tenslotte wordt het toegepast als nabehandeling bij schildklierkanker. Het radioactieve jodium wordt gebruikt om het restje schildklier dat na operatie overblijft, volledig weg te stralen.

Schildklieroperatie

Een operatie komt meestal aan de orde als uw schildklier zo groot is geworden, dat hij op de luchtpijp en zenuwen drukt. Dit veroorzaakt klachten. Een andere belangrijke reden om te opereren is als vermoed wordt dat de schildklieraandoening kwaadaardig is. Meestal wordt slechts een helft van de schildklier verwijderd. Blijkt het om een kwaadaardige aandoening te gaan, dan wordt de hele schildklier verwijderd. Soms is daarvoor een tweede ingreep nodig. Aanvullend volgen dan nog één of meerdere behandelingen met radioactief jodium. Gelukkig kan een meerderheid van de patiënten met schildklierkanker op deze manier worden genezen.

Lees meer over het schildkliercentrum

Handige websites