1. Na een hartinfarct: ‘Zorg ervoor dat je energie niet opraakt’
Patiëntervaringen
Astrid Gruis - hartinfarct.jpg

Na een hartinfarct: ‘Zorg ervoor dat je energie niet opraakt’

Astrid Gruis (50) werkt sinds 2015 als zorgassistente op de Eerste Harthulp en Hartbewaking bij Rijnstate. Ze neemt een hoop werk uit handen van de verpleegkundigen zodat zij hun werk goed kunnen doen. Als Astrid in november 2016 een hartinfarct krijgt, maakt ze ook als patiënt kennis met de afdeling. Een heftige ervaring, ook door het lange herstel: “Ik moet mijn conditie vanaf nul opbouwen en ervoor zorgen dat mijn energie niet op raakt.”

In januari 2016 gaat Astrid vanwege pijn aan haar schouders naar de huisarts. Ze heeft er vooral last van met bukken of de trap oplopen. Hartproblemen lijken uitgesloten, zeker omdat ze pas op haar schouder is gevallen en een frozen shoulder heeft gekregen, wat de aanhoudende pijn zou kunnen verklaren. “Als ik last had, ging ik een paar minuten zitten en dan kon ik weer verder, ook op mijn werk.”

Van medewerker naar patiënt

Als ze in november op weg is naar haar werk, zakt de pijn niet. Astrid rijdt naar de huisarts en belt nog een collega om te zeggen dat ze later komt als ze zich beter voelt. De huisarts neemt echter geen risico en stuurt haar naar het ziekenhuis. “Uiteindelijk kwam ik dus wel op mijn werk, maar dan in een ambulance. Waar veel mensen naar huis gaan met medicijnen, moest ik naar de hartkatheterisatiekamer. Ik had een hartinfarct en moest gedotterd worden.” Dat is een behandeling waarbij een buisje geplaatst wordt om de kransslagader open te houden.

Astrid Gruis - hartinfarct.jpg

Opbouwen vanaf nul

Na de behandeling is de pijn meteen verdwenen. “Wat een verlichting!”, zegt Astrid. Na vijf dagen in het ziekenhuis voelt ze zich stukken beter. Totdat ze thuis komt. “Mijn conditie was nul; ik moest alles weer opbouwen.” De hartrevalidatie onder leiding van een fysiotherapeut heeft haar hierbij geholpen. “Naast het opbouwen van mijn conditie was het fijn dat er lotgenoten waren die hetzelfde hadden meegemaakt.”

Anders werken dan vroeger

Inmiddels is Astrid gedeeltelijk weer aan het werk en gaat het goed met haar. Door haar eigen ervaringen is het werk ook anders geworden. “Veel patiënten vinden het fijn als ik kan delen wat ik heb meegemaakt. Je komt snel in gesprek met elkaar. Mensen kunnen hun verhaal kwijt en vinden herkenning bij mij. Of ze vragen wat hen te wachten staat.” Ook haar collega’s leren van Astrids herstel. “Natuurlijk weten de verpleegkundigen hier dat patiënten nog een heel traject ingaan als ze hier weggaan, maar nu realiseren ze zich echt hoe lang die periode is. Dat is mooi.”

‘Doseren is belangrijk’

Over een half jaar heeft Astrid weer een afspraak om te kijken hoe het met haar gaat. “Alleen sommige medicijnen belemmeren mij in mijn dagelijkse dingen; ze maken me moe. Maar als dit ervoor zorgt dat het me niet nog een keer overkomt, is dat een prijs die ik graag betaal.” Is er nog een tip die ze heeft voor andere hartpatiënten? “Uiteindelijk heb ik geen beperkingen in wat ik doe, maar ik moet mijn activiteiten wel doseren. De bedrijfsarts vertelde dat ik het moet zien alsof ik een elektrische fiets ben. ’s Nachts laad je de accu op en overdag verbruik je de energie. Maar je moet ervoor zorgen dat de accu niet leeg raakt.”

Meer weten?

Behandeling van hart- en vaatziekten

Verschillende specialisten op het gebied van hart- en vaatziekten werken samen voor de beste zorg. Met innovatieve behandelmethoden en de meest moderne apparatuur. Jaarlijks behandelen we in het Rijnstate Vasculair Centrum zo’n 7.000 patiënten voor hart- en vaataandoeningen.