1. Verhoogde kans op zeldzame lymfeklierkanker voor vrouwen met een borstprothese
Een vrouw met schoudertas loopt voor de wand met woorden

Verhoogde kans op zeldzame lymfeklierkanker voor vrouwen met een borstprothese

Vrouwen met een borstprothese hebben een verhoogde kans op een zeldzame vorm van de lymfeklierkanker BIA-ALCL, zo blijkt uit Nederlands onderzoek. Gelukkig komt het maar heel zelden voor. En áls het ontstaat, is het meestal goed te behandelen. Ongeveer 95 procent van de vrouwen die de ziekte krijgt, geneest.

Naar schatting heeft 1 op de 30 vrouwen in Nederland heeft borstprothesen. Bijvoorbeeld omdat ze een borstvergroting wilden, borstkanker kregen of omdat ze vanwege erfelijke aanleg voor borstkanker kozen voor een preventieve borstoperatie. Uit onderzoek dat werd gedaan door een groep artsen uit verschillende vakgebieden – zoals plastisch chirurgen, oncologen en radiologen – bleek dat vrouwen met een borstprothese een grotere kans hebben op het krijgen van lymfeklierkanker in de borst, dan vrouwen zonder borstprothesen. Deze vorm van lymfeklierkanker heet BIA-ALCL. Dit staat voor Breast Implant Associated Anaplastic Large Cell Lymphoma. Het kan zich ontwikkelen in het lichaamsvocht en/of het kapsel rondom de borstprothese.

“Vrouwen met een borstprothese van wie de borst opeens heel groot wordt óf vrouwen die een knobbel hebben in de borst met de prothese, moeten naar hun huisarts, plastisch chirurg of oncologisch chirurg", zegt aldus Hinne Rakhorst, plastisch chirurg en één van de onderzoekers. “Bij BIA-ALCL ontstaat er vochtophoping rondom de borstprothese. Vandaar een groter wordende borst. Als je hier last van hebt, betekent dit niet meteen dat je BIA-ALCL hebt. Deze klachten kunnen ook een andere oorzaak hebben, zoals een infectie. Om dit zeker te weten, moet je het altijd laten controleren.”

U vindt meer informatie in deze folder en op de website van de Nederlandse Vereniging van Plastische Chirurgie.