1. De behandeling van een trombosebeen
Trombose
Marcel Hovens en patiënt in wachtkamer Rijnstate Vasculair Centrum

De behandeling van een trombosebeen

Behandeling met anti-stollingsmedicatie

Van oudsher bestaat de behandeling uit stollingsremmende medicatie (vitamine K-antagonisten). Voorbeelden van deze tabletten zijn acenocoumarol en fenprocoumon. Deze medicijnen werken bij iedereen heel verschillend. Omdat voeding en eventuele infecties de werking van de medicijnen beïnvloeden, moet de dosering aangepast worden. Daarvoor laat u regelmatig bloed prikken bij de trombosedienst. Hoe vaak, dat ligt eraan hoe goed u bent ingesteld. Het varieert van een paar keer per week tot één keer per maand. U neemt uw tabletten elke dag op hetzelfde tijdstip in.

Eerst injecties nodig

Het duurt een paar dagen voordat deze tabletten werken. Daarom krijgt u in het ziekenhuis injecties met andere stollingsremmers mee voor de eerste week en leert u zichzelf injecteren. Na een paar dagen werken de tabletten en zijn de injecties niet meer nodig.

Toedienen van injecties

Dien de injecties zoveel mogelijk op hetzelfde tijdstip toe. Gooi de gebruikte spuitjes vervolgens niet bij het reguliere afval, maar verzamel ze in een harde plastic container of speciale naaldencontainer. Als u klaar bent met de injecties, kunt u ze bij de apotheek inleveren.

Een elastische kous dragen

Behalve medicijnen schrijft uw arts u een elastische kous voor. De kous vermindert de zwelling in het begin en helpt om op de lange termijn restklachten zoals een moe en zwaar gevoel, spataderen of moeilijk genezende wonden te voorkomen. De steunkous zorgt voor een verhoogde druk in de ader, waardoor uw bloed beter naar uw hart terugstroomt en een eventuele ophoping van vocht wordt voorkomen. Als u gaat slapen, mag u de kous uittrekken. De dermatoloog kan ingeschakeld worden om de koustherapie te begeleiden.

Nieuwe medicijnen

Recent is er een nieuwe generatie medicijnen op de markt gekomen, de zogeheten Nieuwe Orale Anticoagulantia (NOAC’s). Voorbeelden hiervan zijn dabigatran, rivaroxaban, apixaban en edoxaban. Patiënten die dit middel gebruiken, hoeven geen bloed meer te laten prikken. NOAC’s kennen namelijk nauwelijks variatie tussen mensen of interactie met andere medicijnen. U hoeft daarom maar een of twee keer per dag een vaste dosis in te nemen. Rijnstate heeft tien jaar geleden al deelgenomen aan onderzoeken naar dit middel en schrijft deze middelen sinds een paar jaar voor aan een aantal patiënten. In 2016 wordt de landelijke richtlijn voor een trombosebeen aangepast en worden NOAC’s daarin opgenomen als middel van eerste keuze voor bepaalde patiëntgroepen. Ook wereldwijd is de richtlijn aangepast. Of deze middelen voor u geschikt zijn, kunt u het beste bespreken met uw behandelend arts.

Wat als de medicijnen niet werken?

Heel af en toe komt het voor dat de stollingsremmende medicatie niet helpt om het bloedstolsel op te lossen. Rijnstate is een van de weinige ziekenhuizen in Nederland waar het stolsel verholpen kan worden zonder een grote beenoperatie. Onze interventieradiologen en vaatchirurgen brengen een katheter in het gestolde vat in met een lokaal oplosmiddel. Ook gebruiken ze ultrageluid om het stolsel los te weken. Hierna wordt bijna altijd een speciaal buisje geplaatst om het bloedvat open te houden. Dit is alleen mogelijk in de eerste twee weken nadat het stolsel ontstaat. Het is een intensieve behandeling, waarvoor u een paar dagen wordt opgenomen, maar deze behandeling is veel minder ingrijpend dan een gewone operatie.

Soms wordt het stolsel pas ontdekt na twee weken. De behandeling waarbij een buisje geplaatst wordt, is dan niet meer mogelijk. In dat geval is het afwachten of de klachten na verloop van tijd minder worden. Dat gebeurt helaas niet bij iedereen. Sommige mensen ontwikkelen een chronische vorm van trombose, een post-trombotisch syndroom (PTS). Is dat het geval, dan kan na een jaar alsnog een buisje geplaatst worden in de ader. 

Lees meer over het post-trombotisch syndroom

Behandeling van hart- en vaatziekten

Verschillende specialisten op het gebied van hart- en vaatziekten werken samen voor de beste zorg. Met innovatieve behandelmethoden en de meest moderne apparatuur. Jaarlijks behandelen we in het Rijnstate Vasculair Centrum zo’n 7.000 patiënten voor hart- en vaataandoeningen.