1. Pijnstilling
Liesbreukoperatie
Patient man zit in wachtkamer met telefoon

Pijnstilling

Aan het einde van de operatie worden de wonden plaatselijk verdoofd met een pijnstillend middel. Na de operatie is de pijn daardoor meestal goed te verdragen en goed controleerbaar met pijnstillers zoals Diclofenac, Celebrex, ibuprofen, Aleve en paracetamol. Wij adviseren u om daadwerkelijk pijnstillers in te nemen als u pijn heeft. De ervaring leert echter dat bij dit soort ingrepen de volgende dag al geen pijnstiller meer nodig is.

Geef aan of u pijn heeft

Een goede pijnstilling is van groot belang voor een goed herstel. Dit geldt met name voor de longen, omdat u beter kunt doorademen zonder pijn. Ook kunt u dan beter bewegen, waardoor u sneller kunt gaan mobiliseren. Geef duidelijk aan wanneer pijn u belemmert uit bed te komen of wanneer u niet goed kunt doorademen of hoesten. De verpleegkundige komt regelmatig bij u de pijnstilling controleren. Hierbij geeft u met een cijfer tussen de 0 en 10 aan hoeveel pijn u heeft. Het cijfer 0 is gelijk aan ‘geen enkele pijn’ en het cijfer 10 staat voor ‘de ergste pijn die u zich maar kunt voorstellen’.

Bewegen

Bewegen is niet alleen belangrijk om trombose (bloedstolselvorming in de benen) en longproblemen te voorkomen, maar ook om verlies van spierkracht tegen te gaan. Daarom worden patiënten zo kort mogelijk in bed gehouden en wordt zo snel mogelijk gestart met oefeningen. Dit is gunstig voor de genezing. De verpleegkundige begeleidt u bij het uit bed gaan.