Aandoening, behandeling en onderzoek
Specialist in spreekkamer geeft patiënte een hand
Laatste informatie over het coronavirus

Een schouderprothese

U heeft slijtage aan uw schouder. Samen met uw orthopedisch chirurg heeft u besloten dat u hiervoor een schouderoperatie krijgt. Uw schoudergewricht wordt daarbij vervangen door een prothese. Hier leest u informatie over de behandeling, uw verblijf in het ziekenhuis en de periode daarna.

Over de schouder 

Het schoudergewricht 

De schouder is een erg beweeglijk gewricht, dat in het dagelijks leven intensief gebruikt wordt bij het uitvoeren van allerlei dagelijkse handelingen.

Het schoudergewricht wordt gevormd door een kom en een kop. De kom zit vast aan het schouderblad en de kop is de bovenkant van de bovenarm. De oppervlakte van kop en kom zijn bekleed met kraakbeen. Om het schoudergewricht bevindt zich een gewrichtskapsel. Hier omheen lopen spieren en pezen die de ‘’rotatorcuff’’ heten. De rotatorcuff zorgt voor de beweging en stabiliteit van het schoudergewricht. Een slijmbeurs tussen de pezen en het schouderdak (het acromion) zorgt ervoor dat deze soepel langs elkaar kunnen glijden (zie figuur 1).

Figuur 1: Schematische weergave van een schoudergewricht.

Wat is artrose? 

Bij slijtage (artrose) in de schouder is het kraakbeen in het schoudergewricht beschadigd (zie figuren 2a en 2b). De afname van de dikte van het kraakbeen kan uiteindelijk leiden tot direct contact tussen het bot van de kom en de schouderkop (zie figuur 2b).
Omdat de glijfunctie van het kraakbeen is verdwenen, beweegt het bot van de bovenarm direct tegen het bot van de schouderkom. Zeker wanneer er meer kracht op de schouder wordt gezet, kan dit resulteren in pijn, kraken en bewegingsbeperking. 

Figuur 2a. Röntgenfoto van een gezonde rechterschouder
Figuur 2b. Röntgenfoto van een rechterschouder met artrose, waarbij het kraakbeen is afgenomen.

Wat zijn de oorzaken en klachten? 

Als het kraakbeen versleten is, kan het gewricht niet meer soepel bewegen. Dit veroorzaakt pijn en stijfheid. Omdat het gewricht pijnlijk is, worden de schouderspieren minder gebruikt. Dit kan krachtverlies veroorzaken. Uw arm heffen gaat vaak moeilijk of lukt niet meer.

Artrose komt vooral op oudere leeftijd voor en kan ontstaan als gevolg van: 

  • een oud letsel, bijvoorbeeld een beschadiging na breuken of ontstekingen in de schouder;
  • aangeboren afwijkingen;
  • langdurige overbelasting (bijvoorbeeld door zwaar werk);
  • reumatoïde artritis.

Hoe verloopt de behandeling? 

In veel gevallen valt met artrose van de schouder goed te leven. Pijnstillers als paracetamol of een injectie met corticosteroïden kunnen de klachten verminderen. Ook kan een fysiotherapeut u helpen met oefeningen om de spiermassa rondom de schouder te versterken. Als medicijnen en fysiotherapie niet meer helpen is een operatieve ingreep vaak de enige oplossing. Hierbij wordt het schoudergewricht vervangen door een prothese.

Wat is het resultaat van de behandeling? 

Het doel van het plaatsen van een schouderprothese is om uw pijn te verminderen. Het is normaal dat u na de operatie pijn heeft. In de meeste gevallen gaat de pijn helemaal weg. De bewegingsmogelijkheden van uw schouder na de operatie hangen af van de conditie van uw spieren en de bewegingsmogelijkheden vóór de operatie. Meestal kunt u uw schouder na de operatie beter bewegen dan voor de operatie.

Voor de operatie 

Afspraak met de orthopedisch chirurg 

U komt in het ziekenhuis voor uw afspraak met de orthopedisch chirurg. Tijdens deze afspraak bespreekt de chirurg uw klachten, onderzoekt uw schouderfunctie en bekijkt met u de gemaakte röntgenfoto’s van uw schouder. Soms wordt er nog aanvullend onderzoek aangevraagd, bijvoorbeeld een echo of CT scan van de schouder. Als er reden is om te opereren, dan bespreekt de orthopedisch chirurg dit met u. Als u instemt met de voorgestelde schouderoperatie, plaatst de orthopedisch chirurg u hiervoor op de wachtlijst.

Patiënteninformatiemap 

Een spreekuurassistente van de polikliniek zorgt ervoor dat u na uw bezoek aan de orthopedisch chirurg een patiënteninformatiemap krijgt. In de patiënteninformatiemap bevinden zich onder andere deze informatie en een vragenlijst. De map wordt gedurende het traject aangevuld met meer informatie.

Na de afspraak met de orthopedisch chirurg verwijst de spreekuurassistente u door naar het laboratorium voor bloedafname.

Bent u na telefonisch contact met de orthopedisch chirurg op de wachtlijst geplaatst voor de schouderoperatie, kom dan ongeveer een week voor uw afspraak met de anesthesioloog naar een prikpost van Rijnstate voor bloedafname. Dit kan tot uiterlijk de dag voor uw afspraak op de Preoperatieve Screening. Neem uw Rijnstatekaart mee naar de prikpost.

Preoperatieve Screening 

U ontvangt afspraken voor de preoperatieve screening via e-mail of per post. Deze afspraken kunt u ook inzien in Mijn Rijnstate.

De preoperatieve screening bestaat uit twee afspraken: 

  • een afspraak bij de anesthesioloog en apothekersassistente voor preoperatief onderzoek;
  • een afspraak bij de orthopedisch consulent voor het orthopedisch verpleegkundig spreekuur.

Deze afspraken vinden plaats op één dag.

Voor de afspraken moet u thuis de vragenlijst uit de patiënteninformatiemap en een digitale vragenlijst invullen. De digitale vragenlijst is de preoperatieve vragenlijst. Deze staat op Mijn Rijnstate: www.rijnstate.nl/mijnrijnstate.

Afwijkende voorbereiding bij gebroken schouder 

Als u een schouderprothese operatie vanwege een gebroken schouder krijgt, dan wijkt de voorbereiding op de operatie af van deze informatie.
Meestal wordt een patiënt met een gebroken schouder eerst op de Spoedeisende hulp gezien. Daar wordt afhankelijk van de ernst van de breuk in overleg met de (orthopedisch) chirurg bepaald of de schouder moet worden geopereerd. Uw operatie wordt dan met spoed gepland .

Preoperatief onderzoek 

De anesthesioloog bespreekt met u op welke manier u verdoofd wordt tijdens uw operatie. Ook krijgt u een lichamelijk onderzoek. De anesthesioloog schat in welke risico’s bij u aan de operatie en de anesthesie verbonden zijn en hoe deze risico’s kunnen worden beperkt. Soms is de expertise van een andere specialist noodzakelijk en stuurt de anesthesioloog u door naar bijvoorbeeld een internist of cardioloog. Uw operatiedatum wordt gepland nadat alle onderzoeken afgerond zijn en zowel de medebehandelend arts als de anesthesioloog akkoord gaan met de operatie. Soms beslist de anesthesioloog dat het nodig is dat u op onze locatie in Arnhem geopereerd wordt.

Van de anesthesioloog hoort u ook welke medicijnen u op de dag van de operatie mag innemen en met welke medicijnen u van tevoren moet stoppen. Uitzondering hierop zijn bloed verdunnende medicijnen. Volg hierin het advies dat u van uw orthopedisch chirurg heeft gekregen. De anesthesioloog bespreekt daarnaast de voorschriften rond eten en drinken vóór de operatie.

Gebruikt u medicijnen? 

Als u medicijnen gebruikt neemt een apothekersassistent uw medicijngebruik met u door. Wilt u ervoor zorgen dat u uw actuele medicijnoverzicht bij u heeft. Deze kunt u opvragen bij uw apotheek. Het kan voorkomen dat de ziekenhuisapotheek bij uw apotheek meer informatie hierover opvraagt. Als u hier bezwaar tegen heeft, kunt u dit telefonisch doorgeven aan de ziekenhuisapotheek. Telefoon: 088 - 005 6322. Vergeet niet uw eventuele medicatie, verkregen via de drogist, door te geven.

Verpleegkundig orthopedisch spreekuur 

Tijdens het gehele traject heeft u een vast aanspreekpunt; de orthopedisch consulenten. Tijdens het verpleegkundig orthopedisch spreekuur neemt u samen met de orthopedisch consulent de door u ingevulde vragenlijst door. U krijgt informatie over de opname en de operatie. Verder informeert zij u over de hulpmiddelen die u nodig heeft en wat u kunt verwachten in de periode na het ontslag uit het ziekenhuis.

Na uw operatie bent u beperkt in de uitvoering van dagelijkse activiteiten zoals uzelf wassen en aankleden en het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden.

Er zijn verschillende vormen van nazorg waar u een beroep op kunt doen.

Mantelzorg 

U schakelt uw partner, kinderen, buren, vrienden en/of kennissen in om u te helpen na het ontslag uit het ziekenhuis. Misschien kunt u, zolang u hulp nodig heeft, bij familie of andere bekenden logeren of kunnen zij bij u logeren.

Kunt u om welke reden dan ook niet terugvallen op mantelzorg, dan bestaan er diverse mogelijkheden van zorg na het ontslag uit het ziekenhuis: 

  • thuiszorg (voor hulp bij de dagelijkse verzorging of verpleegkundige handelingen)
  • maaltijdvoorziening
  • sociale alarmering
  • klusdiensten
  • boodschappendienst
  • huishoudelijke hulp

U regelt zelf een particuliere huishoudelijke hulp of u gaat naar het zorgloket van uw gemeente. Dit kan ook telefonisch afgehandeld worden. De gemeente is ook de instantie die beoordeelt of u een indicatie krijgt voor huishoudelijke hulp.

Voor de thuiszorg heeft u een indicatiestelling nodig. De indicatiestelling vindt plaats na de operatie in het ziekenhuis. De maaltijdvoorziening, sociale alarmering, klusdiensten en boodschappendienst moet u zelf regelen. De orthopedisch consulent bespreekt met u welke zaken in uw situatie belangrijk zijn om te regelen.

Revalideren in een zorghotel of herstellingsoord 

U kunt na ontslag uit het ziekenhuis ook tijdelijk verblijven in een zorghotel of herstellingsoord. De kosten hiervoor zijn voor uzelf. U kunt bij uw zorgverzekering navragen of zij een deel van deze kosten vergoeden.

Wilt u in een zorghotel of herstellingsoord revalideren? Zoek dan vóór uw afspraak op het orthopedisch verpleegkundig spreekuur uit naar welk zorghotel of herstellingsoord u wilt gaan en of dit financieel haalbaar is. Zodra u de operatiedatum heeft gekregen reserveert u zelf een plek in het door u gekozen zorghotel of herstellingsoord.

Het ziekenhuis tekent geen medische verklaring voor noodzakelijk verblijf in het zorghotel of herstellingsoord. Het verblijf zal op particuliere basis zijn.

U kunt zich het beste op dit gesprek met de orthopedisch consulent voorbereiden door deze informatie goed door te lezen en eventuele vragen te noteren.

Operatiedatum 

Een medewerkster van de afdeling Opnameplanning spreekt met u de operatiedatum af. Zij neemt hiervoor telefonisch contact met u op.

Lichamelijke ongemakken voor de operatie 

Lichamelijke ongemakken die een infectie kunnen veroorzaken, moeten opgelost zijn voor de operatie. Krijgt u in de periode voor de operatie te maken met ongemakken zoals een urineweginfectie, een wond of problemen met uw gebit, neem dan contact op met de orthopedisch consulent of de Preoperatieve Polikliniek.

Om de kans op infecties te verkleinen vragen we u dringend om circa zes weken vóór en zes weken na de operatie uw tandarts niet te bezoeken. Uw gebit moet voor de operatie wel in orde en gezond zijn.

Heeft u een injectie in het schoudergewricht gehad? 

Als u een injectie met een pijnstillende en ontstekingsremmende werking in het te opereren schoudergewricht heeft gehad mag u pas drie maanden na de injectie geopereerd worden. Binnen deze periode is er namelijk, door de ingespoten corticosteroïden, een verhoogd risico op een wondinfectie.

Fysiotherapie 

Voordat u wordt geopereerd heeft u een afspraak met een fysiotherapeut van het ziekenhuis. De fysiotherapeut bespreekt de volgende onderwerpen met u: 

  • de revalidatieperiode
  • het te verwachten eindresultaat
  • het belang van een actieve inzet en motivatie
  • de eerste oefeningen na de operatie.

Daarnaast brengt de fysiotherapeut het functioneren van de schouder van vóór de operatie nauwkeurig in kaart. Hierdoor is het mogelijk om na de operatie uw vooruitgang in de tijd en het uiteindelijke resultaat te bepalen.

U bent op deze manier goed voorbereid op de operatie en de periode na het ontslag. U ontvangt een uitnodiging voor de een afspraak met de fysiotherapeut telefonisch, via e-mail of via de post.

Neuskweek (screening) 

Tijdens de opname en operatie is er kans op infectie en met name kans op een wondinfectie. Wij nemen diverse maatregelen om de kans op een wondinfectie te verminderen. Één van deze maatregelen is, dat we voor de operatie screenen of u drager bent van de bacterie ‘Staphylococcus aureus’ (S. aureus).

Deze bacterie is één van de meest voorkomende verwekkers van infecties in ziekenhuizen. Patiënten die drager zijn van de S. aureus en geopereerd worden, hebben een verhoogde kans op het krijgen van een infectie, veroorzaakt door S. aureus. Voor de operatie onderzoeken we of u daadwerkelijk drager bent van de S. aureus. Dit onderzoek bevat een ‘neuskweek’ die u veertien dagen voor de operatie zelf afneemt. Op het orthopedisch verpleegkundig spreekuur krijgt u meer informatie en de benodigde materialen voor de neuskweek.

Op de pagina www.rijnstate.nl/schouder vindt u bij ‘Meer informatie’ een instructievideo over het afnemen van de neuskweek.

Bent u inderdaad drager, dan behandelen we u preventief met een antibioticumhoudende zalf (in de neus) en een desinfecterende zeep. Uit onderzoek is gebleken dat hiermee het risico op een infectie met S. aureus afneemt met 60%. De kans op een wondinfectie na de operatie neemt met deze behandeling zelfs met 80% af. Aanvullende informatie over de behandeling vindt u verderop.

De opname 

Voorbereiding thuis 
Wat neemt u mee naar het ziekenhuis?

  • medicijnen die u gebruikt, in de originele verpakking;
  • toiletspullen;
  • hulpmiddelen en/of protheses die u gebruikt (zoals bril en hoorapparaat);
  • voldoende ondergoed en comfortabele (nacht)kleding, bij voorkeur wijde bovenkleding met voorsluiting;
  • stevige, platte schoenen.

Wij raden u aan om sieraden en andere kostbaarheden thuis te laten, het ziekenhuis is niet aansprakelijk bij vermissing.

Afspraak opnamedatum 

U komt de ochtend van de operatie naar het ziekenhuis. Een á twee weken voor uw operatiedatum ontvangt u van de afdeling Opnameplanning een bevestigingsmail of -brief met de datum van uw opname. De opnamedatum kan afwijken van uw operatiedag. Als u eerder opgenomen wordt, heeft dit te maken met speciale voorbereiding op de operatie. Dit kan nodig zijn als u bijvoorbeeld diabetes of een longziekte heeft.

Als u wel op de operatiedag wordt opgenomen, neemt u de werkdag ervoor zelf contact op met het ziekenhuis. U kunt hiervoor bellen met de afdeling Opnameplanning tussen 11.15 en 13.00 uur. U hoort dan op welk tijdstip u in het ziekenhuis wordt verwacht. Het telefoonnummer staat vermeld in de brief van de afdeling Opnameplanning.

Opnamedag 

Voor Rijnstate Zevenaar meldt u zich op de begane grond bij de receptie, tegenover de hoofdingang. Een medewerkster van de receptie verwijst u naar de verpleegafdeling. Bij opname in Rijnstate Arnhem meldt u zich op de begane grond bij de patiëntenontvangstbalie. Een medewerker van deze balie verwijst u dan door naar de verpleegafdeling. Op de verpleegafdeling maakt u kennis met de verpleegkundige en worden uw gegevens gecheckt. De verpleegkundige vertelt over de gang van zaken op de afdeling. Uiteraard kunt u vragen stellen. Na een korte rondleiding gaat u naar uw kamer.

Voorbereiding op de operatie 

Instructies van de anesthesioloog volgen 

Volg de instructies die in de informatiebrief staan die u van de anesthesioloog heeft gekregen. Hierin vindt u informatie over uw medicijngebruik rondom de operatie en het nuchter zijn voor de ingreep.

Contactlenzen en gebitsprothese 

Als u contactlenzen draagt, moet u deze uitdoen. Heeft u een kunstgebit, dan hoeft u deze pas uit te doen op de operatiekamer. U krijgt hiervoor een gebitsbakje (met uw gegevens erop) mee naar de operatiekamer.

Infuus voor toediening vocht, narcosemiddelen en medicijnen 

Vlak voordat u naar de operatieafdeling gaat, krijgt u operatiekleding aan. In de voorbereidingsruimte van de operatiekamer krijgt u een infuus. Via dit infuus worden vocht, narcosemiddelen en andere medicijnen toegediend.

Verdoving 

De operatie vindt plaats onder algehele verdoving (narcose). Omdat een schouderoperatie een pijnlijke ingreep is, krijgt u daarnaast ter pijnbestrijding een verdoving in de schouder door middel van een prik in de hals. Deze verdoving maakt de schouder gevoelloos tijdens de operatie. Na de operatie werkt deze verdoving nog 12 tot 24 uur door, zodat uw schouder niet direct pijnlijk zal zijn. De verdovingsprik wordt vlak voor de operatie gegeven. Heeft u voor de operatie pijnklachten die uitstralen naar de arm of hand of heeft u onderliggende aandoeningen van zenuwen, dan kan van deze methode worden afgeweken. De pijnstilling wordt dan op een andere manier verzorgd, bijvoorbeeld door middel van morfine en/of andere pijnmedicatie.

De operatie 

Twee soorten schouderprothesen 

Wanneer er gekozen is voor het plaatsen van een schouderprothese, bestaan er twee typen prothesen. Dit zijn de totale schouderprothese en de omgekeerde totale schouderprothese. Beiden worden binnen Rijnstate geplaatst. De orthopedisch chirurg bespreekt met u welke prothese voor u geschikt is. Dit hangt met name af van de kwaliteit van de pezen rond uw schouder.

De orthopedisch chirurg voert de operatie uit, meestal samen met een orthopedisch chirurg in opleiding. Tijdens de operatie is de anesthesioloog of zijn assistent voortdurend bij u. Met behulp van bewakingsapparatuur controleert hij uw ademhaling, hartslag en bloeddruk.

De totale schouderprothese 

Bij een totale schoudervervanging wordt zowel de kop als de kom vervangen. De orthopedisch chirurg maakt een snede aan de voorkant van uw schouder van ongeveer tien centimeter. Aan de voorkant wordt een schouderspier losgemaakt om in het schoudergewricht te kunnen komen. Na het vrijleggen van alle spieren en pezen wordt de schouderkop afgezaagd en vervangen door een nieuwe metalen kop met steel. Deze steel wordt in de mergholte van de bovenarm geplaatst. De orthopedisch chirurg kan er voor kiezen om de prothese met behulp van een speciaal cement in het bot vast te zetten. Het versleten kraakbeen van de schouderkom wordt verwijderd. Daarna wordt een kunstkom met botcement in het schouderblad geplaatst (zie figuren 4 en 5). Hierna worden het kapsel en de pezen weer teruggehecht. Vervolgens wordt de operatiewond verder gesloten. Net als met uw natuurlijke gewricht, bieden de omringende spieren en pezen de stabiliteit voor de prothese. 
De operatie duurt ongeveer 1,5 uur.

Figuur 4. Afbeelding totale schouderprothese (Global unite anatomic).
Figuur 5. Röntgenfoto van een totale schouderprothese (Global unite anatomic). De kunststof kom is niet zichtbaar op de röntgenfoto.

De omgekeerde schouderprothese 

Als er naast slijtage van de schouder ook een onherstelbare peesscheur bestaat, wordt er gekozen voor deze totale schouderprothese. Hierbij wordt een kop in plaats van de kom geplaatst en een steel met kom in plaats van de originele schouderkop (zie figuren 6 en 7). De prothese functioneert met behulp van de kracht van de grote schouderspier. Hierdoor kan meestal de kracht en functie hersteld worden, ook al is de schouderpees afwezig. De prothesedelen worden met botcement geplaatst. De operatie duurt ongeveer 1,5 uur.

Figuur 6. Een omgekeerde schouderprothese (Deltaprothese).
Figuur 7. Röntgenfoto van een omgekeerde schouderprothese (Deltaprothese).

Voor beide operatiemethoden geldt dat de huid meestal wordt gehecht met agraves (nietjes) die 12 tot 15 dagen na de operatie bij uw huisarts verwijderd mogen worden. U krijgt hiervoor een speciaal tangetje mee naar huis. De afspraak bij de huisarts maakt u zelf.

Uw operatiegegevens worden geregistreerd in de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten. Met dit register neemt het inzicht in de effectiviteit en kwaliteit van protheses toe. Als u hiertegen bezwaar heeft, dan kunt u dit kenbaar maken aan uw behandelend orthopedisch chirurg.

Na de operatie 

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer (verkoeverkamer). Hier controleren we regelmatig uw bloeddruk, hartslag, temperatuur en ademhaling. Als u wakker bent, gaat u terug naar uw kamer op de verpleegafdeling en wordt uw contactpersoon gebeld. U kunt geleidelijk aan weer wat gaan eten en drinken.

U heeft nog geen gevoel in de arm en kunt uw arm niet bewegen door de schouderverdoving. Als deze verdoving uitgewerkt raakt, kunt u pijn krijgen. Het is belangrijk dat u dit aan de verpleegkundige meldt, zodat u pijnstillers krijgt. U krijgt in ieder geval op vaste tijden tabletten tegen de pijn. Als die niet voldoende zijn, zal de anesthesioloog andere medicijnen voorschrijven. Mocht u misselijk zijn als gevolg van de operatie, dan kunt u daarvoor medicijnen krijgen.

Het kan voorkomen dat de anesthesioloog beslist om u één nacht naar de afdeling PACU (Post Anesthesia Care Unit) te laten gaan. Deze afdeling is bedoeld als extra controle. Als alles goed gaat, mag u de dag na de operatie weer naar uw kamer op de verpleegafdeling.

Injecties en infuus 

Om trombose te voorkomen krijgt u tijdens uw opname dagelijks antistollingsmiddelen via een onderhuidse injectie. Als u al antistollingsmiddelen gebruikt, kan dit in uw geval anders zijn.
U heeft een infuus in de arm voor het toedienen van vocht en medicijnen. Meestal wordt het infuus de eerste dag na de operatie verwijderd. Tijdens de operatie wordt een soort draagband (shoulder immobiliser) aangemeten waarin uw arm na de operatie kan rusten.

De verpleegkundige helpt u bij het wassen of douchen als dat nodig is. Hierbij mag u de arm zonder draagband laten afhangen.
De tweede dag na de operatie wordt voor het eerst het verband van de wond gehaald. De wond wordt schoongemaakt en opnieuw verbonden. Het kan voorkomen dat er nog een tijdje bloed en wondvocht uit de wond komt.

Fysiotherapie 

De eerste dag na de operatie start u, onder begeleiding van een fysiotherapeut, met het oefenprogramma dat u al voor de operatie heeft aangeleerd. Om goed te kunnen oefenen is het belangrijk dat u voldoende pijnstillers inneemt. Na het oefenen krijgt u eventueel een ijspakking van de verpleegkundige om de pijn te verlichten.

De eerste twee weken na de operatie ligt de nadruk van de behandeling op de wondgenezing en beweeglijkheid van de schouder. Hierna wordt de aandacht verschoven naar de opbouw van kracht en functie. De eerste vier weken draagt u de draagband dag en nacht. Als u zit of ligt, mag de arm ook zonder draagband op een kussen rusten. In bed moet de arm met draagband altijd goed ondersteund worden met een kussen (zowel als u op uw rug ligt of op uw zij op de niet geopereerde schouder). U moet de arm daarbij voor uw lichaam houden.

U mag de arm de eerste zes weken maar weinig naar buiten draaien (de orthopedisch chirurg bepaalt hoe ver en de fysiotherapeut laat u dit zien).
De eerste week oefent u passief. In week twee start u onder begeleiding van de fysiotherapeut met geleid actieve oefeningen, waarbij de fysiotherapeut met hulp van u de oefeningen uitvoert. Vanaf de derde week maakt u onder begeleiding van de fysiotherapeut de overgang naar actief oefenen, waarbij u zelf de oefeningen doet.

Als tijdens de operatie ook nog een van de spieren wordt gehecht, mag u de eerste zes weken alleen passief oefenen onder begeleiding van de fysiotherapeut. Pas na zes weken kunt u onder begeleiding van de fysiotherapeut actief gaan oefenen. Dan hoeft u geen draagband meer te dragen.
De fysiotherapeut zorgt ervoor dat u een overdracht en een uitgebreid revalidatieprotocol mee krijgt bij ontslag, zodat u in de thuissituatie verder kunt oefenen met een fysiotherapeut in uw omgeving.

Risico’s en ongemakken 

Alle operaties brengen risico’s en ongemakken met zich mee. Wij doen er alles aan om de risico’s zo klein mogelijk te laten zijn en de ongemakken zo goed mogelijk weg te nemen. Afhankelijk van uw conditie en de ernst van de slijtage in de schouder, kunnen deze in zwaarte wisselen. Een aantal mogelijke risico’s en complicaties van deze operatie zijn:

Bloeduitstorting/zwelling/nabloeding 

Na de operatie kan een bloeduitstorting met zwelling van de schouder of arm ontstaan. Dit is een normaal verschijnsel na het plaatsen van een schouderprothese en verdwijnt binnen enkele weken vanzelf. Er kan ook ineens bloed uit de wond komen. Dat noemen we een nabloeding. De wond wordt in dit geval opnieuw verbonden met een drukverband.

Wondinfectie 

Dit kan een oppervlakkige of diepe infectie zijn. Behandeling van een infectie kan plaatsvinden door het toedienen van antibiotica, maar er kan ook een operatieve ingreep nodig zijn om de wond te reinigen.

Beschadiging van zenuwen 

Er bestaat een hele kleine kans dat u na de operatie last heeft van uitstralende pijn in de vingers, hand of bovenarm. Dit wordt transient neurologic pain genoemd en komt door tijdelijke schade/irritatie van de zenuwen die naar de arm en of hand lopen. 
Transient neurologic pain kan door meerdere oorzaken ontstaan. Het kan zijn dat uw onderliggende aandoening de oorzaak is (of de daarbij vooraf opgelopen schade), de operatie zelf, de ligging tijdens de operatie (rek op de zenuw), de verdovingsprik of een combinatie hiervan. Vrijwel altijd herstellen deze klachten binnen 3 tot 9 maanden. In uitzonderlijke gevallen duren deze klachten langer. Mocht u een week na de operatie nog steeds scherp uitstralende/schietende pijnklachten, tintelingen of een gevoel van dove handen of vingers hebben (al dan niet gecombineerd met krachtsverlies), neem dan contact op met de behandelend orthopeed.

Trombose 

Trombose is het ontstaan van een bloedstolsel in de aderen van een been of arm. Om dit te voorkomen is het belangrijk vroeg na de operatie te beginnen met uit bed te komen. Een andere voorzorgsmaatregel is het toedienen van antistollingsmiddelen.

Specifieke risico’s en ongemakken 

Frozen shoulder 

De schouder kan in enkele gevallen als gevolg van littekenvorming stijf worden. Het is erg belangrijk de oefeninstructies die u krijgt van uw fysiotherapeut goed op te volgen en actief te zijn in uw herstel.

Luxatie 

Net als een gewone schouder kan ook een schouderprothese uit de kom schieten. De eerste weken na de operatie is het risico hierop het grootst, omdat de wond en het omliggende weefsel nog kwetsbaar zijn. Om te voorkomen dat uw schouderprothese uit de kom schiet en de inwendige hechtingen losgetrokken worden, legt de fysiotherapeut u uit welke bewegingen u kort na de operatie moet vermijden.

Loslating 

Op de langere termijn kan het voorkomen dat de prothese los gaat zitten en (gedeeltelijk) vervangen moet worden. Dit komt door slijtage.

Naar huis 

U mag na twee tot vier dagen weer naar huis als: 

  • de pijn goed onder controle is met pijnstillers;
  • u de oefeningen goed begrijpt en kunt uitvoeren;
  • er geen complicaties zijn waarvoor u langer in het ziekenhuis moet blijven.

In sommige gevallen wijkt uw arts van deze richtlijn af en mag u eerder of juist later naar huis. Uw arts vertelt u dan waarom dat zo is. Als u naar huis mag, krijgt u adviezen en leefregels mee.

Uw vervoer van het ziekenhuis naar huis moet u zelf regelen.

Revalideren in een zorghotel of herstellingsoord 

Heeft u ervoor gekozen om na ontslag uit het ziekenhuis tijdelijk te verblijven in een zorghotel of herstellingsoord, dan is het belangrijk dat u daar een reservering heeft gedaan. Voor een zorghotel of herstellingsoord, gelden dezelfde ontslagrichtlijnen als voor de patiënten die naar huis gaan.
U regelt zelf het vervoer naar het zorghotel. Het ziekenhuis tekent geen medische verklaring voor noodzakelijk verblijf in het zorghotel of herstellingsoord.

Fysiotherapie na ontslag 

Eenmaal thuis voert u zelfstandig de oefeningen uit die de fysiotherapeut van het ziekenhuis u heeft geleerd. De revalidatie wordt voortgezet onder begeleiding van een fysiotherapeut bij u in de buurt.

U krijgt hiervoor een machtiging en overdracht mee. Het is afhankelijk van uw zorgverzekering of u alle behandelingen vergoed krijgt. U kunt hiernaar informeren bij uw zorgverzekeraar. U neemt zelf contact op met een fysiotherapiepraktijk in uw woonomgeving, aangesloten bij Werkgroep Schouder Elleboog Gelderland (WSEG), bij voorkeur al vóór opname. Kijkt u hiervoor op de website www.wseg.nl

Controle op de polikliniek 

Ongeveer acht weken na ontslag komt u voor controle op de polikliniek. Voor het gesprek met de orthopedisch chirurg wordt een foto van uw schouder gemaakt op de afdeling Radiologie. Daarna bespreekt de orthopedisch chirurg samen met u het resultaat van de ingreep en het verdere verloop van de behandeling.

Leven met een schouderprothese 

Door het plaatsen van een schouderprothese wordt in de meeste gevallen de pijn helemaal weggenomen en is er een verbetering in vergelijking met de situatie voor de operatie. Over het algemeen blijven kunstschouders langer dan vijftien jaar goed functioneren. De kwaliteit van een kunstgewricht is echter altijd minder dan die van een natuurlijk gewricht. Het gaat om een verbinding tussen dood materiaal en levend armweefsel. Deze verbinding kan bij een te zware belasting eerder slijten en zelfs geleidelijk losraken, waardoor de prothese gaat bewegen ten opzichte van het bot. Dit is niet alleen pijnlijk, maar betekent ook dat de schouder niet meer goed kan worden belast. Gaat de prothese loszitten, dan kan het zijn dat u opnieuw een operatie nodig heeft. 
Voorkom infectie en let op de symptomen ervan. Krijgt u ergens in uw lichaam een infectie (bijvoorbeeld huid, blaas, longen, keel of gebit), dan kan deze infectie in de bloedbaan terecht komen en zich verspreiden naar uw schouderprothese.

Leefregels 

Het is belangrijk dat u in de eerste weken de instructies van de fysiotherapeut volgt. Doet u alleen de oefeningen die de fysiotherapeut met u heeft doorgenomen. Zorg er daarnaast voor dat uw arm rust krijgt.

  • Na acht weken zijn dagelijkse activiteiten zoals lichte huishoudelijke werkzaamheden en uw persoonlijke verzorging weer mogelijk. Als tijdens de operatie een van de spieren is gehecht, kunt u dit pas na veertien weken doen.
  • U kunt vanaf week veertien weer uw werk- en sportactiviteiten voorzichtig opbouwen. Als tijdens de operatie een van de spieren is gehecht, kan dat vanaf achttien weken.
  • Activiteiten zoals autorijden en fietsen kunt u in overleg met de orthopedisch chirurg en afhankelijk van de voortgang van uw revalidatie hervatten.

Behandeling van de bacterie Staphylococcus Aureus (S. Aureus) 

Blijkt uit de neuskweek dat u drager bent van de bacterie ‘Staphylococcus aureus’, dan belt de orthopedisch consulent u hierover. U krijgt dan een behandeling om te voorkomen dat u een infectie krijgt met deze bacterie. Het is een behandeling met een antibioticumhoudende zalf (voor in de neus) en een desinfecterende zeep.

Uit onderzoek is gebleken dat hiermee het risico op een infectie met S. aureus afneemt met 60%. De kans op een wondinfectie na de operatie neemt met deze behandeling zelfs met 80% af.
Als u niet gebeld wordt, bent u dus geen drager van S. aureus.

De orthopedisch consulent zorgt ervoor dat u bij uw eigen apotheek de neuszalf (Bactroban) en een desinfecterende zeepoplossing (Hibiscrub) kunt afhalen. De behandeling duurt in totaal vijf dagen.

Vier dagen voor de operatiedatum start u met de behandeling:
Tweemaal daags brengt u met een wattenstokje of een vinger de mupirocine neuszalf (Bactroban) aan, vóóraan in beide neusgaten (aan de binnenkant van de neusvleugels).
Eenmaal daags doucht of wast u zich met de desinfecterende zeepoplossing (Hibiscrub).
De eerste twee dagen wast u ook uw hoofdhaar met de desinfecterende zeepoplossing.
Op de dag van de operatie wast u ’s morgens uw haren en lichaam met de desinfecterende zeepoplossing.

Neem de Bactroban neuszalf bij uw opname mee naar het ziekenhuis. Op de avond van de operatiedag moet u deze voor de laatste keer gebruiken.

Meer informatie en contact 

Op www.rijnstate.nl/orthopedie en www.zorgvoorbeweging.nl/schouder kunt u extra informatie vinden.

www.patientenbelangen.nl is een website van de Stichting Patiëntenbelangen Orthopedie.

Heeft u naar aanleiding van het bezoek aan deze sites of het lezen van deze informatie nog vragen, dan kunt u contact opnemen met de orthopedisch consulent.

Telefoonnummers 

  • Polikliniek Orthopedie Rijnstate 088 - 005 7744
  • Afdeling Orthopedie Arnhem 088 - 005 6535
  • Afdeling Orthopedie Zevenaar 088 - 005 9195
  • Afdeling Fysiotherapie Arnhem 088 - 005 6366
  • Afdeling Fysiotherapie Zevenaar 088 - 005 9544
  • Orthopedisch consulent 088 - 005 7292 *

*Telefonisch bereikbaar op werkdagen van 09.00 tot 09.45 uur.

Contact via Mijn Rijnstate 

Via Mijn Rijnstate kunt u een e-consult starten.
U kunt in de meeste gevallen binnen twee werkdagen een reactie verwachten. Bij spoed is een e-consult niet geschikt.

Sluiten

Welke informatie wilt u downloaden?

De pagina die u nu bekijkt, is automatisch aangevinkt om te downloaden. Ziet u hieronder nog meer pagina’s staan? Dan kunt u zelf aanvinken welke pagina’s u wilt toevoegen.

De huidige pagina

Lettergrootte PDF
Deel PDF via: