1. De behandeling van diabetes
Diabetes
Patiënt in rolstoel met medewerker patiëntenvervoer in de gang

De behandeling van diabetes

Diabetes is (nog) niet te genezen. Er zijn wel verschillende behandelmethoden, waardoor u met diabetes een relatief normaal leven kunt leiden. De behandeling hangt af van het type diabetes en verschilt per persoon. Elke behandelmethode richt zich op het normaliseren van het glucosegehalte in het bloed en daarmee het voorkomen van complicaties.

De behandeling van diabetes type 1

Bij diabetes type 1 kan het lichaam zelf geen insuline meer aanmaken. De behandeling bestaat dan uit het toedienen van insuline. Dat kan door middel van een insulinepen of een insulinepomp.

De behandeling van diabetes type 2

Voor een goede behandeling van diabetes type 2 is het belangrijk om uw leefstijl aan te passen. De juiste voeding en beweging hebben een gunstige invloed op het bloedglucosegehalte. Daarnaast zijn er diverse behandelmethoden:

  • Het slikken van bloedglucoseverlagende tabletten;
  • GLP-1-therapie (medicatie die er voor zorgt dat het lichaam weer insuline aanmaakt);
  • Insulinetherapie;
  • Pomptherapie (voortdurende subcutane insuline-infusie (CSII)): een pompkastje met katheter die een continue stroom insuline geeft.
  • De behandelingen worden gedaan door een diabetesarts en begeleid door een diabetesverpleegkundige.

Complicaties

Een te hoog glucosegehalte kan op de langere termijn voor complicaties zorgen in het hele lichaam. Deze ontwikkelen zich langzaam en verdwijnen niet vanzelf. Complicaties die kunnen optreden, zijn:

  • oogaandoeningen, zoals netvliesbeschadiging
  • nierziekten
  • beschadiging van zenuwbanen
  • hart- en vaatziekten
  • voetproblemen
  • stijfheid in de gewrichten
  • seksuele problemen

Behandeling van hart- en vaatziekten

Verschillende specialisten op het gebied van hart- en vaatziekten werken samen voor de beste zorg. Met innovatieve behandelmethoden en de meest moderne apparatuur. Jaarlijks behandelen we in het Rijnstate Vasculair Centrum zo’n 7.000 patiënten voor hart- en vaataandoeningen.