Aandoening, behandeling en onderzoek
Specialist in spreekkamer geeft patiënte een hand
Laatste informatie over het coronavirus

De eerste dagen thuis

U bent net bevallen in het ziekenhuis. Hier leest u tips en adviezen voor de eerste dagen thuis.

Voeding 

Algemeen 
Was voordat u uw kind gaat voeden of verzorgen altijd eerst uw handen.
Trek voldoende tijd uit voor de voeding en zorg voor een rustige omgeving. Uw kind wordt goed wakker als u hem/haar voor de voeding verschoont.

Borstvoeding 
Het is belangrijk dat u zelf voldoende rust neemt en veel drinkt. Uw kind kan 8 à 12 keer per dag om voeding vragen. U merkt dit aan onrustig slapen of ontwaken, zoekgedrag met de mond of handen, smakken en huilen. U kunt uw kind dan aan de borst leggen. Per voeding biedt u beide borsten aan, te beginnen met de borst waar uw kind als laatste aan gedronken heeft. Als de melkproductie op gang is - meestal na drie à vier dagen - zal uw kind zeven à tien voedingen per dag nodig hebben.

Zorg ervoor dat uw kind de tepel en een groot gedeelte van de tepelhof in de mond heeft. De lippen zijn naar buiten gericht en uw kind heeft bolle wangen. Bij het zuigen ziet u bewegingen van de kaak naar het oor toe. Om uw baby van de borst te halen moet u het vacuüm opheffen door uw pink in het mondhoekje te doen.

Op de verloskamer heeft u een lijst ontvangen waarop u de borstvoeding bij kunt houden. U dient deze zelf in te vullen. Zie voor uitgebreide instructie over borstvoeding de folder met richtlijnen die via het ziekenhuis verkrijgbaar is.

Flesvoeding 
Uw kind heeft minimaal zes keer per dag - om de drie à vier uur - flesvoeding nodig en eventueel een nachtvoeding. Met deze richtlijn kunt u soepel omgaan, afhankelijk van de behoefte van uw kind. De voeding dient handwarm te zijn. U kunt dit controleren door een druppel uit de fles op de binnenkant van de pols te laten vallen. Als dit lekker warm voelt is dit voor uw baby ook goed. De flessen en spenen kunt u huishoudelijk reinigen. Voor het bereiden van de voeding dient u gekookt en daarna afgekoeld water te gebruiken of bronwater (zonder koolzuurgas).

Temperatuur 

Temperatuur meten 
Het is belangrijk dat uw kind het niet te koud heeft. Meet daarom, zodra u thuis bent, de temperatuur. De normale temperatuur ligt tussen de 36,5°C en 37,5°C. Als uw kind een temperatuur van rond de 36°C heeft, moet u twee kruiken in het bedje leggen. Bij een temperatuur van ongeveer 36,5°C is één kruik voldoende en bij 37°C is een kruik niet nodig. Bij een temperatuur lager dan 36,5°C kunt u tevens een mutsje opdoen. Bij de eerstvolgende voeding neemt u de temperatuur weer op. Het is handig voor de kraamverzorgende als u tijdstip en temperatuur noteert.

Kruik 
Voor een goede temperatuur gebruikt u een kruik. Een warmwaterzak wordt afgeraden omdat daarbij een grotere kans is op lekken. U moet de kruik voor gebruik controleren: de rubberring mag niet uitgedroogd zijn. Voor het vullen doet u eerst een kopje koud water in de kruik. Dit is om ernstige verbranding te voorkomen. Vervolgens vult u de kruik met kokend water tot deze overloopt. U doet een kruikenzak om de kruik en legt deze een handbreed van uw kind af, met de dop in de richting van de voeten. Tussen de kruik en het kind legt u een opgerolde luier. Uw kind mag niet tegen de kruik aan liggen.

Navelstomp 

De eerste avond en nacht dient u bij iedere verschoning de navel op nabloeden te controleren. Bij nabloeden moet u de verloskundige waarschuwen. Verder moet u het naveltje goed droog houden.

Urine, ontlasting en spugen 

Urine 
Uw kind moet binnen 24 uur na de geboorte een keer geplast hebben. Dit moet oplopen tot 5 à 6 plasluiers per 24 uur. In een pamper is vaak moeilijk zichtbaar of uw kind geplast heeft. Als u een katoenen doekje of washand in de pamper legt, kunt u dit beter zien. Soms kan er een roestbruin vlekje in de luier zitten. U hoeft hiervan niet te schrikken: dit zijn urinekristallen.

Ontlasting 
De eerste ontlasting wordt 'meconium' genoemd. Deze ziet er zwart, kleverig en taai uit. U kunt de billetjes tijdens de verschoning invetten met vaseline, zodat deze makkelijker schoon te maken zijn. Na de meconium komt een bruine overgangsluier en daarna de gewone poepluier.

Bij borstvoeding kan uw kind bij elke voeding een poepluier hebben. Deze kan dun zijn en ziet er groen/gelig uit. Bij flesvoeding is er minder vaak een poepluier. Deze is vaster en ziet er gelig en korrelig uit. Er moet minstens één poepluier per dag zijn.

Spugen 
De eerste 24 uur kan uw baby erg misselijk zijn door het inslikken van vruchtwater en/of bloed. Draai de baby op de zij en klop zachtjes op de rug. Als uw baby spuugt kan het braaksel bruin/rood zijn. U hoeft u hier niet van te schrikken.

Slapen 

Het is raadzaam om uw kind de eerste dag/nacht bij u op de slaapkamer te laten slapen. U kunt het dan goed in de gaten houden. Laat uw kind in de wieg of reiswieg slapen en niet bij u in bed. Leg uw kind op de rug, met het hoofdje afwisselend naar links en naar rechts gekanteld. Buikligging vergroot de kans op wiegendood.

Huilen 

Als uw baby huilt, kan het zijn dat hij/zij: 

  • het te koud of te warm heeft;
  • voeding nodig heeft;
  • een boertje moet laten;
  • een vieze luier heeft;
  • krampjes heeft;
  • niet lekker ligt;
  • geknuffeld wil worden.

Soms is er gewoon niets aan de hand.

Baden 

Trek voldoende tijd uit voor het baden. Temperatuur uw baby de eerste week voor het baden. Uw baby kan door het baden afkoelen. Is de temperatuur lager dan 36,5°C, dan kunt u het baden beter uitstellen. Zorg ervoor dat de ruimte waar u de baby in bad doet lekker warm is. U kunt de kleertjes om een kruik wikkelen voor ze worden aangetrokken. Zet voor het baden alles klaar, zodat u uw kind niet alleen hoeft te laten omdat u nog iets moet pakken. Laat uw kind nooit alleen achter op de commode. Het is raadzaam uw kind niet meteen na de voeding te baden. Het kan misselijk worden en gaan spugen.

Moeder 

Hygiëne 
Als gevolg van een verminderde weerstand en bloedverlies bent u gevoelig voor infecties. Hygiëne is daarom erg belangrijk. Douche regelmatig en verschoon regelmatig ondergoed en maandverband. Zolang u vloeit, mag u niet in bad.

Vloeien en urineren 
Doordat de placenta van de baarmoederwand is losgekomen, zit er een wond in de baarmoeder. Door samentrekkingen van de baarmoeder worden de bloedvaten dichtgedrukt en zal de wond helen. Toch is er na de bevalling meestal bloedverlies, eventueel met stolsels. Deze stolsels kunnen zo groot zijn als een vuist. Een volle blaas verhindert de baarmoeder om goed samen te trekken. Regelmatig plassen - bij voorkeur voor elke voeding - is daarom belangrijk. Tijdens het plassen kunt u met water spoelen om het schrijnen te verminderen. U kunt eventueel onder de douche plassen. Na het plassen dient u altijd te spoelen met water. Indien u binnen zes uur na de bevalling niet kunt plassen of wanneer binnen één uur twee kraamverbanden helemaal vol zijn moet u de verloskundige bellen. Bij pijnlijke naweeën kunt u 1 à 2 paracetamol tabletten innemen.

Temperatuur 
De kraamverzorgende neemt twee keer per dag uw temperatuur op.

Hechtingen 
In geval van pijnlijke hechtingen kunt u een natgemaakt maandverband invriezen en in een plastic boterhamzakje met daar omheen een washandje tegen de pijnlijke plek leggen. De hechtingen lossen vanzelf op. Als u er veel last van heeft, kan de verloskundige er na ongeveer zes dagen enkele hechtingen uithalen.

Na een keizersnede 

De verloskundige/ kraamzorg neemt de zorg weer over van het ziekenhuis. Bij vragen of problemen kunt u met hen contact opnemen. Bij twijfel zullen zij u doorverwijzen naar het ziekenhuis. Neem te allen tijde contact op bij koorts ( >38,0), pijnklachten of abnormale afscheiding.

Wat mag wel/ niet 

  • Luister naar het lichaam, het lichaam geeft zelf goed aan wat al wel en wat nog niet kan en wanneer u weer rust moet nemen.
  • Activiteiten waarbij er druk komt op de buik (zwaar huishoudelijk werk, tillen, rekken en buikspieroefeningen) mag u de eerste zes weken niet doen. Het gewicht van uw kind is het maximale wat u mag tillen. Breid mobiliseren rustig aan uit.
  • Vier tot zes weken vaginaal bloedverlies is normaal (ook na een keizersnede): dit wordt geleidelijk aan minder. In de tijd van het vaginaal bloedverlies: niet in bad/ zwemmen, geen tampons en geen geslachtsgemeenschap: dit verhoogt de kans op het krijgen van baarmoederslijmvliesontsteking.
  • Voor uw eerste menstruatie is er weer een eisprong geweest: denk dus goed na over anticonceptie. Bij borstvoeding is Cerazette (pil) een mogelijkheid. Na een keizersnede zou een Mirena/ koperspiraal na 3 maanden geplaatst kunnen worden. Wetenschappelijk onderzoek is niet eenduidig wanneer u weer zwanger mag worden na een keizersnede, maar het advies is 1 jaar.
  • Spoel de wond met water, zonder zeep en dep deze goed (niet wrijven).
  • Indien u zelf als bestuurder in de auto rijdt binnen 6 weken na de keizersnede, kan het zijn dat u niet bent verzekerd. Vraag dit zelf na bij uw verzekeringsmaatschappij. Als bijrijder bent u verzekerd.

Nacontrole 
U krijgt een afspraak voor de nacontrole bij de gynaecoloog binnen zes weken na de keizersnede. Hierbij wordt o.a. het beloop voor, tijdens en na de keizersnede besproken, hoe het thuis is gegaan, een advies gegeven voor een eventuele volgende bevalling en nogmaals anticonceptie besproken.
Bij een volgende zwangerschap wordt de zorg van de verloskundige overgenomen door het ziekenhuis, als u 36 weken zwanger bent. U bevalt dan ook in het ziekenhuis.

En verder 
Het verwerken van een bevalling - zowel lichamelijk als emotioneel - is voor iedere vrouw verschillend. Luister naar uw lichaam en neem voldoende rust. Kraamvrouwen zijn emotioneel vaak wat labieler. Het kan zijn dat u wat makkelijker huilt of overgevoelig reageert. Na een aantal dagen gaan deze verschijnselen vanzelf over. Door de zwangerschap zijn de banden van de baarmoeder uitgerekt en hebben tijd nodig om te herstellen. Wees daarom voorzichtig met tillen en rekken. Vul bijvoorbeeld het babybadje met emmers water, zodat u niet het hele badje hoeft te tillen.

Kraambedoefeningen 

De bevalling heeft een groot beroep gedaan op uw rug- buik- en bekkenbodemspieren. Het is belangrijk zo snel mogelijk na de bevalling regelmatig met deze spieren te gaan oefenen. Hierdoor kunnen zij hun oude vorm weer aannemen en krijgt u snel uw conditie terug. In nauw overleg met de fysiotherapeut en de gynaecoloog heeft de afdeling Geboortezorg een overzicht gemaakt van oefeningen waarmee u 24 uur na de bevalling kunt beginnen.

Adviezen 

Na de bevalling is het in het begin lastig om uit bed te komen, zeker als u hechtingen heeft. Als u op de rand van het bed wilt gaan zitten, kunt u dit het best doen door omhoog te komen over uw zij: trek uw knieën op, draai op uw zij en steek uw benen over de rand. Tegelijkertijd duwt u zichzelf met uw handen op.

Als u hechtingen heeft, is het belangrijk om niet scheef te zitten. Zorg ervoor dat de stoel een harde zitting heeft. Door de tegendruk van de zitting verdwijnt de zwelling rond de hechtingen sneller.

Voordat u begint met de oefeningen: 

  • U mag alleen met deze oefeningen beginnen na toestemming van uw verloskundige of arts.
  • U mag deze oefeningen niet doen als uw temperatuur verhoogd is.
  • Als u hechtingen heeft, zullen sommige oefeningen wat moeilijker gaan; kijk of het gaat, maar forceer niet.
  • Let er tijdens het oefenen op dat u goed doorademt.
  • Voer de oefeningen langzaam uit. Herhaal iedere oefening tien keer.
  • Het oefenschema dat per dag is weergegeven, is systematisch opgebouwd. Oefen nooit langer dan 15 minuten per keer. Het is beter de oefeningen een paar maal per dag te herhalen dan één keer lang door te gaan. (Dus driemaal per dag 10 minuten oefenen is beter dan eenmaal per dag een half uur.).
  • Lees de instructie eerst goed door voor u begint.
  • Is iets onduidelijk of twijfelt u of u het goed doet, vraag het dan gerust.

Eerste dag 

Op de eerste oefendag wordt aandacht besteed aan de bekkenbodemspieren. Dit zijn spieren die de onderkant van het bekken afsluiten. De belangrijkste functie van deze spieren is het steunen van de organen in het bekken en de buik. Tijdens de bevalling rekken deze spieren uit. Het herstel van de bekkenbodemspieren gaat sneller als u ze regelmatig aan- en ontspant.

Uitgangshouding: 
Ga plat op uw rug liggen en leg uw armen langs het lichaam. 

  • Beweeg uw voeten op en neer.
  • Til uw voeten een klein stukje op en beweeg ze op en neer maak daarbij met uw voeten kringetjes in de lucht.
  • Span uw bovenspieren door uw knieholtes in het matras te drukken.
  • Span de bekkenbodemspieren aan door de vagina of de anus in te trekken. Dit geeft het gevoel of u een plas of een wind ophoudt.
  • Span en ontspan uw bilspieren.
  • Buig uw benen een voor een en zet de voeten plat op de matras. Kantel vervolgens uw bekken (door uw onderrug tegen het matras te duwen) en span uw bekkenbodemspieren aan.

Tweede dag 

Begin met het herhalen van de oefeningen van de eerste dag. Als u nog problemen heeft met het aanspannen van de bekkenbodemspieren is het belangrijk deze spieren eerst goed te oefenen. U gaat verder met de buikspieroefeningen van dag twee, als u de bekkenbodemspieren kunt aanspannen. De buikspieren zijn door de zwangerschap flink uitgerekt. Het is daarom belangrijk om deze spieren goed te oefenen. 

Uitgangshouding 1: 
Ga plat op uw rug liggen, zonder hoofdkussen. Buig één voor één uw benen en zet uw voeten plat op de matras. Span hierbij de bekkenbodemspieren aan en duw het onderste gedeelte van uw rug tegen het matras (zie illustratie (b) bij oefening 6 dag 1).

Til hoofd en schouders op en voel de middellijn van de buik. Controleer ter hoogte van de navel hoeveel vingers (dwars) er in het gleufje tussen de buikspieren passen. Is het gleufje meer dan drie vingers, steun dan de buikspieren met de handen gekruist. Adem uit terwijl u de buikspieren aanspant.

  • Vouw uw handen onder het hoofd en laat het hoofd hier op steunen. Til dan het hoofd op in de richting van het plafond.
  • Vouw uw handen onder het hoofd en laat het hoofd hier op steunen. Kom schuin omhoog, afwisselend de ellebogen in de richting van het plafond bewegen.

Om de bloedsomloop rond de borsten te stimuleren is de volgende oefening heel doeltreffend. 

Uitgangshouding 2: 
Ga rechtop in bed zitten of plat op uw rug liggen. Vouw uw handen op borsthoogte en laat uw ellebogen naar buiten wijzen.

  • Maak afwisselend duw- en trekbewegingen met uw handen.

Derde dag 

Begin met het herhalen van de oefeningen van de eerste en de tweede dag.

Uitgangshouding: 
Ga op uw rug liggen, vouw uw handen onder het hoofd, buig uw knieën en zet uw voeten plat op het matras. Zorg ervoor dat uw schouders tijdens het oefenen goed op het matras blijven liggen.

Houdt uw knieën bij elkaar en laat ze afwisselend van links naar rechts gaan.
Druk bij het omhoog komen van de knieën het onderste gedeelte van uw rug goed tegen het matras.

Vierde dag 

Begin met het herhalen van de oefeningen van de eerste, tweede en derde dag.

Uitgangshouding 1: 
Ga in een kruiphouding staan, door op uw handen en knieën te steunen.

  • Maak uw rug bol. Laat de spieren weer los.
  • Maak de rug recht.

Deze oefening is ter ontspanning van de onderrug. 

Uitgangshouding 2: 
In zit of stand de bekkenbodemspieren aanspannen.

Vijfde en volgende dagen 

Probeer de beschreven oefeningen dagelijks te herhalen. Als na enkele weken de postnatale gymnastiek begint, kan dit een goede stimulans zijn om het oefenen vol te houden.

Adviezen 

  • Denk aan een goede houding, bij alles wat u doet.
  • Let vooral op de bekkenbodemspieren.
  • Strek regelmatig uw rug door de schouders licht naar achteren te trekken. Dit is belangrijk want nu uw borsten wat zwaarder zijn, heeft u wellicht de neiging met een ronde rug te gaan lopen.
  • Draag schoenen die steun geven.
  • Het is niet nodig om een step-in te dragen, uw buikspieren kunnen hierdoor verslappen. (Dit geldt uiteraard niet voor vrouwen waarbij het medisch gezien noodzakelijk is een step-in of korset te dragen).
  • Denk eraan: bij het tillen altijd eerst de bekkenbodemspieren aanspannen.
  • Til nooit te zwaar, dus geen volle babybadjes.
  • Bij sporten niet te snel springen omdat de bekkenbodemspieren nog niet optimaal functioneren; er zouden verzakkingen kunnen ontstaan.

U heeft misschien niet altijd zin om te oefenen, toch is het verstandig om even door te zetten. U zult zien dat de oefeningen effect hebben en u snel weer uw oude conditie terug heeft.

Vragen 

Bij dringende vragen of ongerustheid kunt u bellen met de verloskundige die de nacontroles doet. Dit is een verloskundige bij u in de buurt en geen verloskundige uit het ziekenhuis. Het is handig om haar telefoonnummer bij de hand te hebben. In geval van nood is de verloskundige te bereiken via de meldkamer van de ambulancedienst, telefoonnummer: 088 - 005 8020.

Onze specialismen

voor deze aandoening
Sluiten

Welke informatie wilt u downloaden?

De pagina die u nu bekijkt, is automatisch aangevinkt om te downloaden. Ziet u hieronder nog meer pagina’s staan? Dan kunt u zelf aanvinken welke pagina’s u wilt toevoegen.

De huidige pagina

Lettergrootte PDF
Deel PDF via: