Cryolaesiebehandeling
Een cryolaesiebehandeling is een behandeling tegen pijn. U heeft samen met uw arts besloten dat u deze behandeling krijgt.
Wat is een cryolaesiebehandeling?
Bij een cryolaesiebehandeling schakelen we via bevriezing de pijngeleiding van een zenuw uit. Dat gebeurt met een holle naald waar vloeibaar koolzuur doorheen gaat. De tip van deze naald wordt ijskoud. Hierdoor bevriest de zenuw. Cryolaesiebehandeling passen we vaak toe bij pijnklachten in de schouder of rondom de ribben (tussenribzenuw). Ook een neuroom (zenuwgezwel) kunnen we met cryolaesie behandelen.
Waar vindt de behandeling plaats?
Deze behandeling doen we in het Pijncentrum, op de eerste etage van Rijnstate in Velp. U meldt zich hier op het afgesproken tijdstip. Een verpleegkundige brengt u naar de behandelkamer en haalt u na afloop van de behandeling ook weer op. U blijft dan nog even ter controle in het Pijncentrum.
Hoe lang duurt de behandeling?
De behandeling zelf duurt meestal maximaal 15 minuten. De totale tijd die u doorbrengt in het Pijncentrum wisselt van een half uur tot hooguit twee uur.
Hoe verloopt de behandeling?
Behandeling van schouderpijn
Als u voor een behandeling van schouderpijn komt, dan verdoven we eerst uw schouder. Uw arm kan hierdoor doof en zwaar aanvoelen. Met de holle naald zoeken we de zenuw op. Via een stroompje testen we of dit de juiste zenuw is. Hierna volgt de bevriezing, die meestal twee keer twee minuten duurt. Als uw schouder is behandeld, krijgt u voor drie dagen een mitella mee. De schouder heeft drie dagen rust nodig en is in het begin nog erg gevoelig. Daarna start u met fysiotherapie.
Behandeling van tussenribzenuw of neuroom
Bij de behandeling van een tussenribzenuw en van een neuroom verdoven we alleen de huid. Verder verloopt de behandeling hetzelfde als bij de schouder. Bij de behandeling van de tussenribzenuw of een neuroom is geen specifieke nazorg nodig.
Wat is het resultaat van de behandeling?
Het resultaat van de behandeling is pas na enkele dagen tot weken te beoordelen. Soms is een extra behandeling nodig. Tijdens een controleafspraak bespreekt de verpleegkundige of de specialist dit met u.