Aandoening, behandeling en onderzoek
Specialist in spreekkamer geeft patiënte een hand
Laatste informatie over het coronavirus

Bottransplantaat in de bovenkaak (Sinusbodemelevatie)

In samenspraak met een tandarts van het Centrum Bijzondere Tandheelkunde in Rijnstate, een tandarts-implantoloog of uw huistandarts is een plan gemaakt waarbij implantaten in uw bovenkaak gewenst zijn. Implantaten kunnen dienen ter ondersteuning van bruggen of om een betere houvast voor de bovengebitsprothese te bereiken. Hier leest u meer informatie over deze behandeling.

In de bovenkaak worden implantaten meestal vanaf de hoektandstreek naar achter geplaatst. Afhankelijk van de problemen die u ervaart, de ruimte tussen boven- en onderkaak en de gebitssituatie in de onderkaak zijn 2, 4 of 6 implantaten nodig. Bij 2 implantaten is veelal geen of een beperkte aanvullende botcorrectie nodig. Bij 4 of 6 implantaten is een uitgebreide botcorrectie nodig. Met de tandarts die de opbouw op de implantaten gaat maken, wordt afgestemd hoeveel implantaten er worden geplaatst en waar deze moeten komen.

Het succespercentage van implantaten in de bovenkaak is afhankelijk van de hoeveelheid en kwaliteit van het kaakbot waarin zij worden geplaatst. Om implantaten stevig in het bot te laten vastgroeien, is het belangrijk dat er voldoende lengte kan worden bereikt en dat de implantaten bij plaatsing geheel door bot zijn omgeven. Het succespercentage van implantaten in de bovenkaak ligt in de buurt van 92%. Goede verzorging van de implantaten en alles wat daarop vastgemaakt is, draagt bij aan het succes op lange termijn.

Wanneer tanden en kiezen om welke reden dan ook verloren gaan, verliest de kaakwal zijn functie en gaat slinken. Niet alleen in de breedte maar ook in de hoogte gaat kaakbot verloren. Daarnaast wordt met het ouder worden de kaakholte groter en zakt uit in de bovenkaak. Het komt niet zelden voor dat er onvoldoende bot is om implantaten te plaatsen. Dit probleem kan worden opgelost door de bodem van de kaakholte naar boven te verleggen en de kaakwal te verbreden. Hierbij kan eigen bot, kunstbot of een mengsel van eigen bot en kunstbot worden gebruikt.

Voor de voorbereidende botcorrectie, het plaatsen van implantaten en de opbouw met de nieuwe gebitsprothese moet bij de zorgverzekeraar een aparte machtiging worden aangevraagd. Uw behandelaar zal deze aanvraag verzorgen.

Waar wordt het bot vandaan gehaald? 

Het bot kan van de volgende plaatsen vandaan komen: 

1. Uit de bekkenkam 

Onder narcose wordt er een snee gemaakt van ongeveer 4-5 cm lengte ter hoogte van het uitstekende botdeel van de bekkenkam. De bovenrand van de bekkenkam wordt benaderd en een blokvormig bottransplantaat wordt verwijderd van de binnenzijde van de bekkenrand. Aanvullend wordt nog een hoeveelheid beenmerg meegenomen. Op deze plaats is voldoende bot voorhanden om de behandeling uit te voeren. De wond wordt vervolgens met oplosbaar hechtmateriaal onderhuids gehecht. Daarna worden pleisters aangebracht met een drukverband. Het bot wordt uit de bekkenkam gehaald. Men spreekt ook wel van heupbot, maar bij deze behandeling is er geen relatie met het heupgewricht. 

2. Uit de verstandskiesregio van de onderkaak 

Onder narcose of onder plaatselijke verdoving wordt een klein sneetje gemaakt in het slijmvlies van de wangplooi net naast de laatste kies. Met een klein boortje worden groeven gemaakt en vervolgens worden een of meer botblokjes van hard bot aan de zijkant van de kaak losgetikt. Deze behandeling is vergelijkbaar met de verwijdering van verstandskiezen. 

Er is een risico van ongeveer 3% dat de gevoelszenuw van de onderkaak bij deze behandeling zichtbaar komt met als gevolg een tijdelijk licht veranderd gevoel in de onderlip of kinstreek. Het bot ter plaatse heeft een goede kwaliteit en wordt bijgewerkt voor de plaats waar de kaakwal opgebouwd moet worden. De wond wordt gehecht met oplosbaar hechtmateriaal. Gedurende 1 week is de wang flink gezwollen. De napijn valt meestal erg mee 

3. Uit de kinregio van de onderkaak 

Onder narcose of onder plaatselijke verdoving wordt een snee gemaakt in het tandvlees tussen de onderlip en de tandenrij. Met een boortje wordt een rechthoekig stuk bot aangegeven. Dit wordt met een beiteltje losgetikt. Bij deze behandeling komen de kleine zenuwtakjes van de ondersnijtanden bloot te liggen met als gevolg enige tijd een verdoofd gevoel in de ondertanden. Dit kan in ongeveer 10 procent van de gevallen blijvend zijn. Gedurende 1 week is de kin/ onderlip flink gezwollen. De napijn valt meestal erg mee.

4. Gebruik van kunstbot 

Als er slechts een kleine correctie van de bodem van de kaakholte (sinusbodemelevatie) nodig is en de kaakwal nog een redelijke vorm heeft, kan ervoor worden gekozen om alleen kunstbot te gebruiken. Bij kleine correcties is het resultaat goed. Bij grote botcorrecties zijn de resultaten niet goed voorspelbaar en daarom is het gebruik van kunstbot daarbij niet de eerste keus. Indien het gebruik van kunstbot voor u een optie is, zal het door de kaakchirurg met u worden besproken. 

De botcorrectie 

In de mond wordt het tandvlees ingesneden over de kaakwal. Het tandvlees wordt opzij geschoven. Er wordt een klein luikje gemaakt in de zijwand van de kaakholte en het bovenste deel van de kaakholte wordt voorzichtig naar boven verplaatst. De ontstane ruimte wordt vervolgens opgevuld met een mengsel van beenmerg en botvervangend middel. De kaakwal wordt waar nodig verbreed met stukjes van het blokvormig bottransplantaat van de bekkenkam en vastgezet met titaniumschroeven. Het eerder genoemde luikje in de kaakholte wordt hiermee afgesloten. Met kleine botsnippers, beenmerg en botvervangend middel worden overgangen en kleine kieren aangevuld. Soms wordt nog een aanvullend membraan aangebracht. Het tandvlees wordt vervolgens ingesneden en opgerekt om de nu bredere kaak geheel te kunnen omvatten. De wond wordt zonder spanning gesloten met oplosbare hechtingen.

De dag na de behandeling mag u in de meeste gevallen naar huis. De eerste controle op de polikliniek is gemiddeld na ongeveer 7-10 dagen. 

Wat kunt u na de botcorrectie verwachten? 

Bloeding uit de neus: Bij een correctie van de kaakholte is het niet ongewoon dat u een beetje uit de neus bloed. Dit stop in de regel vanzelf. Ga de eerste 2 weken niet snuiten!! De neus ophalen is geen probleem.

Last bij lopen: Aan de bekkenkam zitten enkele spieren van de bilstreek en de buikwand. Het gevolg van het nemen van bot uit de bekkenkam zal dan ook zijn dat u toch gemiddeld 3 weken last heeft bij het bewegen zoals lopen en vooral traplopen. Een aanvullende kruk of stok kan soms handig zijn. U wordt geadviseerd de eerste weken rustig aan te doen maar vooral wel te blijven bewegen. Het drukverband wordt daags na de ingreep nog op de afdeling verwijderd. De vierkante pleister kunt u 5 dagen later verwijderen en de kleine wondpleisters kunt u zelf weer 5 dagen later verwijderen.

Zwelling in het gezicht: Door de behandeling ontstaat er een duidelijke zwelling in het gezicht. Het kan zelfs een forse zwelling zijn die zich zelfs kan uitbreiden tot rondom de ogen. Na enkele dagen kan een bloeduitstorting zichtbaar worden en wanneer deze afneemt ziet u een geelgroene verkleuring in de wang en hals.

Gevoelsstoornis: Als gevolg van het oprekken van het tandvlees tijdens de behandeling kan de gevoelszenuw van wang, bovenlip en neusrug tijdelijk minder goed functioneren waardoor het gevoel enigszins gestoord is. Herstel van het gevoel kan enkele maanden duren.

Geen prothese in: De kaak is totaal van vorm veranderd waardoor de bestaande bovengebitsprothese niet meer kan worden gedragen. Pas als de wond voldoende is genezen (na gemiddeld 2 tot 3 weken) kan de prothese worden aangepast door uw tandarts. De kaakchirurg zal bij het controlebezoek (1-2 weken na de behandeling) hierover een advies uitbrengen.

Medicatie bij ontslag: Als u naar huis gaat, ontvangt u een recept voor een antibioticumkuur voor 5 dagen. Het is belangrijk dat u deze kuur afmaakt. Bij pijn kunt u 3 x daags 600mg Ibuprofen of 2x daags 500mg Naproxen of 4-6x daags 500mg Paracetamol gebruiken.

Risico’s 

Of u last krijgt bij het lopen na het verwijderen van bot uit de bekkenkam is afhankelijk van uw algehele conditie en lichaamsgewicht. Bij de behandeling wordt met name eigen bot gebruikt waardoor directe afstotingsreacties niet zijn te verwachten. De kans op blijvende problemen op lange termijn is erg klein.

Een niet onderkende chronische kaakholteontsteking kan door de behandeling opvlammen. Zo kunt u een kaakholteontsteking krijgen als onverhoopt een verbinding ontstaat richting kaakholte waardoor stukjes bot kunnen verplaatsen naar de kaakholte. Diegene die in het verleden een kaakholtespoelingen hebben laten uitvoeren hebben een verhoogd risico op kaakholteontstekingen na de behandeling.

Het is mogelijk dat u op andere plaatsen in uw mond ontstekingen krijgt. Roken is slecht voor de wondgenezing. U kunt voor uzelf het risico hierop verkleinen door vanaf 4 weken voorafgaand aan de behandeling niet te roken. 

Het vervolgtraject  

Een week na de behandeling, komt u terug op de poli voor een controlebezoek. Daar wordt de wond bekeken en een röntgenfoto gemaakt. Als genezing voorspoedig verloopt kan de tandarts 2 tot 3 weken na de behandeling de gebitsprothese aanpassen. Het advies is om dit gebit alleen in contact met andere mensen te dragen. Tijdens eten kunt u de prothese beter nog niet dragen. Het jonge bot is immers nog niet bestand tegen druk van de gebitsprothese.

Het plaatsen van implantaten en de opbouw met de nieuwe gebitsprothese 

De implantaten kunnen in de meeste gevallen na 3 tot 6 maanden worden geplaatst door de kaakchirurg of de verwijzend tandarts-implantoloog. De prothese kan na plaatsen van de implantaten weer direct worden gedragen. Nadat implantaten 3 maanden tijd hebben gekregen om vast te groeien, worden ze onder plaatselijke verdoving vrijgelegd en 2 weken daarna kan worden gestart met de opbouw op de implantaten, de kronen of volledige prothese door een tandarts van het Centrum Bijzondere Tandheelkunde, of uw eigen tandarts(-implantoloog).

Screening op BRMO 

Voor de behandeling wordt u op BRMO gescreend. BRMO is de afkorting voor bijzonder resistente micro-organismen. Alle bacteriën die ongevoelig zijn voor veelgebruikte antibiotica noemen we BMRO. De bekendste zijn: 

  • MRSA (Meticilline Resistente Staphylococcus aureus)
  • VRE (Vancomycine Resistente Enterokok)
  • ESBL (Extended Spectrum Beta Lactamase)

Screening op BRMO betekent dat wij onderzoeken of u drager bent van een BRMO. Ook als u gezond bent, kunt u een BRMO bij u dragen. Meestal heeft u dan geen verschijnselen of klachten. Als u minder weerstand heeft, kunt u wel een infectie krijgen. Ook kunt u anderen besmetten. Daarom is het belangrijk om te weten of u drager bent. Zo voorkomen we bovendien dat u onnodig in afzondering wordt opgenomen. En kunnen we bij een infectie de juiste behandeling bieden. 

Wanneer heeft u meer kans op BRMO? 

De kans dat u een BRMO bij u draagt, is groter als u: 

  • in de afgelopen twee maanden opgenomen bent in een buitenlands ziekenhuis;
  • behandeld bent in een buitenlands ziekenhuis;
  • vanwege uw beroep in contact komt met levende varkens, vleeskalveren of vleeskuikens;
  • woont op een bedrijf met varkens, vleeskalveren of vleeskuikens;
  • ooit besmet bent geweest met een BRMO;
  • in contact komt met een drager van een BRMO.

We vragen hiernaar bij uw opname of behandeling op de polikliniek. Op basis van uw antwoorden en het onderzoek naar BRMO bepalen we of er extra voorzorgsmaatregelen nodig zijn. 

Hoe doen we onderzoek naar BRMO? 

We onderzoeken het liefst voor uw opname of behandeling of u drager bent van een BRMO. Soms wordt na de behandeling alsnog gevraagd om mee te doen aan dit onderzoek. Dit doen we door met wattenstaafjes enkele uitstrijkjes te maken van uw neus, keel, rectum en eventuele wonden. Deze wattenstaafjes worden onderzocht in het laboratorium. Na ongeveer drie werkdagen is de uitslag bekend.  

Vragen 

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog vragen dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie, telefoonnummer: 088 - 005 7760. Als u in de eerste 24 uur na de poliklinische ingreep ernstige klachten heeft, kunt u buiten kantoortijden de Spoedeisende Hulp bellen: 088 005 - 6680. 

Sluiten

Welke informatie wilt u downloaden?

De pagina die u nu bekijkt, is automatisch aangevinkt om te downloaden. Ziet u hieronder nog meer pagina’s staan? Dan kunt u zelf aanvinken welke pagina’s u wilt toevoegen.

De huidige pagina

Lettergrootte PDF
Deel PDF via: