Aandoening, behandeling en onderzoek
Specialist in spreekkamer geeft patiënte een hand
Laatste informatie over het coronavirus

Boezemfibrilleren

De cardioloog heeft vastgesteld dat u een hartritmestoornis heeft of heeft gehad. Dit heet boezemfibrilleren. Hier vindt u daar meer informatie over.

Hartritme

Het hart wordt bij elke slag op gang gebracht door een kleine elektrische prikkel, die in het hart zelf wordt opgewekt. Dat gebeurt in de sinusknoop, een plek in de rechterboezem. De sinusknoop zorgt ervoor dat de boezems samentrekken. Deze elektrische prikkel wordt doorgegeven via de boezem naar een volgend 'station': de atrio-ventriculaire knoop of AV-knoop. De elektrische prikkel wordt vervolgens via een bundel (de bundel van His) en de daaruit ontspringende takken, doorgegeven aan de kamers. De kamers beginnen samen te trekken nadat de elektrische prikkel daar is aangekomen. Deze samentrekking gebeurt met een bepaalde regelmaat.

In rust maakt het hart ongeveer 60 tot 70 pompslagen per minuut. Bij inspanning kan dit oplopen tot 160 of bijvoorbeeld 180 slagen per minuut. Wanneer u slaapt, kan het hartritme dalen tot zo'n 40 à 50 slagen per minuut. Meer slagen heeft u dan niet nodig. Een lagere hartslag is ook normaal wanneer u bepaalde medicijnen gebruikt.

Het hartritme is zichtbaar te maken door een elektrocardiogram (ECG). Het verschil in elektrische activiteit tussen boezems en kamers is te zien op het ECG in de vorm van kleine en grote golfjes.

Wat is boezemfibrilleren?

Wanneer het normale sinusritme overgaat in boezemfibrilleren is er geen regelmatige samentrekking van de boezems. Tijdens het boezemfibrilleren ontstaat de elektrische impuls niet uit de sinusknoop, maar uit vele andere plaatsen van de boezems. De chaotisch ontstane impulsen verspreiden zich door de boezems en verdringen zich voor de AV-knoop om doorgelaten te worden. Het aantal impulsen bij boezemfibrilleren kan variëren van 300 tot 600 per minuut. Gelukkig beperkt de AV-knoop het aantal impulsen dat doorgelaten wordt naar de kamers, zodat de polsslag lager zal zijn. De doelmatigheid van de pompfunctie kan echter wel afnemen.

Oorzaken

In veel gevallen is de oorzaak van boezemfibrilleren onbekend. Veel voorkomende oorzaken van boezemfibrilleren zijn hoge bloeddruk of een hartklepziekte. Afwijkingen van de kransslagaders, (chronische) longziekten, aangeboren hartafwijkingen en een longembolie kunnen ook boezemfibrilleren veroorzaken. Minder vaak voorkomend zijn een te hard werkende schildklier, een ontsteking aan het hartzakje of als gevolg van een hartoperatie.

Boezemfibrilleren kan voorkomen bij gezonde harten onder invloed van stress, drugs, cafeïne, stoornissen in de mineraalhuishouding van het bloed, stofwisselingsstoornissen en infecties. Soms is de combinatie oververmoeidheid gecombineerd met alcohol de boosdoener en is er geen structurele hartafwijking te vinden. Boven het zestigste levensjaar neemt de kans op boezemfibrilleren toe. Het is dan ook een van de meest voorkomende hartritmestoornissen.

Artsen komen er steeds meer achter dat leefstijl bij boezemfibrilleren erg belangrijk is. U kunt het risico op boezemfibrilleren verkleinen of de klachten verminderen door:

  • Niet te roken
  • Geen of matig alcohol te drinken
  • Regelmatig te bewegen
  • Een gezond gewicht te behouden

Vaststellen diagnose

Een gemakkelijke en betrouwbare methode om deze ritmestoornis vast te stellen is het ECG. Wanneer boezemfibrilleren slechts aanvalsgewijs optreedt, kan een ECG normaal zijn. Daarom is het soms zinvol een 24-uurs ECG registratie (ook wel Holterregistratie genoemd) te maken.

Risico's

Bij patiënten waarbij boezemfibrilleren langer bestaat zonder dat zij de juiste antistollingsmiddelen gebruiken, is de kans op een beroerte ongeveer vijf maal groter dan bij mensen met een regelmatig hartritme. Omdat de boezems niet geordend samentrekken, stroomt het bloed er niet zo snel doorheen. Dat maakt de kans op de vorming van bloedstolsels groter. Deze kans op bloedstolsels treedt pas op als het boezemfibrilleren langer dan 48-72 uur bestaat. Als een stolsel los schiet, kan dit terechtkomen in de hersenen, wat een beroerte kan veroorzaken. Ook komt het voor dat stolsels wegschieten (embolie) naar andere organen, zoals longen, nieren, darmen of de kransslagaderen van het hart.

Een ander risico van boezemfibrilleren is het ontstaan van hartfalen. Lang bestaand boezemfibrilleren met een snelle hartactie kan de hartspier namelijk verzwakken. Hierdoor neemt de pompfunctie van het hart af. Dit noemen we hartfalen.

Symptomen

Niet iedereen met boezemfibrilleren ervaart dezelfde symptomen. Sommige patiënten hebben al jaren boezemfibrilleren zonder er iets van te merken. Mogelijke symptomen zijn:

  • hartkloppingen: plotseling bonzen of fladderen in de borst
  • een opgejaagd of onrustig gevoel
  • gebrek aan energie, vermoeidheid
  • duizeligheid: een licht gevoel in het hoofd
  • een naar gevoel op de borst: pijn, druk of vervelend gevoel
  • kortademigheid: snel lucht tekort komen in verhouding tot de verrichte inspanning
  • onregelmatige polsslag
  • helaas kan ook een beroerte het eerste verschijnsel zijn van een langer bestaand boezemfibrilleren

Hoe kunnen wij u behandelen?

De cardioloog kan er voor kiezen om te proberen het normale hartritme te herstellen of om het boezemfibrilleren te accepteren en medicijnen te geven om de hartslag te verlagen

Medicijnen

  • Medicijnen tegen een onregelmatig hartritme: Er zijn verschillende medicijnen beschikbaar voor de behandeling van boezemfibrilleren. De keuze voor een bepaald medicijn wordt door uw arts gemaakt. Een aantal van deze medicijnen kan als bijwerking een ander soort ritmestoornis opwekken waardoor toediening onder ritmebewaking noodzakelijk kan zijn.
  • Medicijnen om de hartslag te verlagen waardoor u minder klachten van het boezemfibrilleren hebt.
  • Antistollingsmiddelen om de kans op een bloedstolsel en een mogelijke beroerte te verkleinen.

Elektrische cardioversie
Bij een elektrische cardioversie geeft de cardioloog het hart een elektrische schok om te proberen het boezemfibrilleren te beëindigen en het hart weer in het normale ritme te krijgen. Het geven van de schok duurt minder dan een seconde en kan een paar keer worden herhaald als dat nodig is.
.
Ablatie
Sommige patiënten komen in aanmerking voor een ablatie. Dit is een techniek waarbij kleine beschadigingen in het hart worden gemaakt op de plek waar de ritmestoornis begint. Door de beschadiging ontstaat littekenweefsel. Littekenweefsel geleidt geen prikkels en zo wordt het boezemfibrilleren beëindigt. Een ablatie wordt niet in Rijnstate verricht. Als de cardioloog denkt dat u in aanmerking komt voor ablatie kan deze u, na overleg met u, hiervoor doorverwijzen naar een ziekenhuis waar ze ablaties verrichten.

Sluiten

Welke informatie wilt u downloaden?

De pagina die u nu bekijkt, is automatisch aangevinkt om te downloaden. Ziet u hieronder nog meer pagina’s staan? Dan kunt u zelf aanvinken welke pagina’s u wilt toevoegen.

De huidige pagina

Lettergrootte PDF
Deel PDF via: