Aandoening, behandeling en onderzoek
Specialist in spreekkamer geeft patiënte een hand
Laatste informatie over het coronavirus

Behandeling van nastaar

Uw oogarts heeft vastgesteld dat u nastaar heeft. Hier leest u wat nastaar is, hoe de behandeling verloopt en waar u rekening mee moet houden na afloop. 

Wat is nastaar? 

U heeft eerder een staaroperatie gehad, waarbij uw troebele natuurlijke lenskern is verwijderd. Tijdens deze staarbehandeling heeft uw oogarts een kunstlens geplaatst in het kapsel van uw oude lens (het lenszakje). Dit lenszakje kan troebel worden. Dit heet nastaar.

Hoe ontstaat nastaar? 

Ongeveer de helft van de patiënten die staar hebben gehad, krijgt nastaar. Meestal gebeurt dit tussen de één en de tien jaar na de staaroperatie. De klachten van nastaar zijn vergelijkbaar met staar. Uw gezichtsvermogen gaat geleidelijk achteruit.

Soms komt het ook voor dat er tijdens de staaroperatie al sprake van een troebel lenskapsel. Dit noemen we primaire nastaar. We plaatsen in dat geval zoals gepland de kunstlens in het kapsel, omdat het kapsel een stabiel ophangsysteem voor de kunstlens is. De primaire nastaar wordt dan op een later tijdstip behandeld.

Hoe wordt nastaar behandeld? 

Nastaar kan met behulp van een eenvoudige laserbehandeling op de polikliniek worden verwijderd. Met de laser maakt uw oogarts een kleine opening in uw achterste lenskapsel. Omdat er geen gevoelszenuwen lopen in dit gebied in het oog, doet een nastaarbehandeling geen pijn.

Over het algemeen merkt u vrij snel na de behandeling dat u scherper gaat zien. Hoe scherp u precies zult gaan zien, hangt af van de conditie van uw hoornvlies, netvlies en oogzenuw. 

Hoe verloopt een nastaarbehandeling? 

De behandeling van nastaar vindt plaats op de polikliniek Oogheelkunde in Rijnstate Velp, Arnhem of Zevenaar. Voor de behandeling krijgt u oogdruppels om uw pupil tijdelijk wijder te maken. Op deze manier hebben we het beste zicht op de nastaar en uw kunstlens. De oogarts plaatst een vergrootglaasje op uw oog om het oog stil te houden en een beter beeld te krijgen van uw nastaar. U krijgt een verdovingsdruppeltje voordat het glaasje wordt geplaatst.

U zit tijdens de behandeling achter een spleetlamp met uw kin in de kinsteun en uw voorhoofd tegen een hoofdband. Een spleetlamp is een speciale microscoop waarmee de oogarts naar de binnen- en buitenkant van uw oog kan kijken. Het is belangrijk dat u zo goed stil zit en dat u zich op het fixatielampje concentreert.

De behandeling duurt enkele minuten. U voelt geen pijn. Met rood licht (laserstralen) worden kleine openingen in het lenskapsel gemaakt, die uiteindelijk een mooie opening maken in het midden. Door deze opening kunt u na de behandeling weer beter zien. Tijdens de behandeling kunt u ‘tikjes’ horen van het laserapparaat.

Wat merkt u na de behandeling? 

Na de behandeling bent u even helemaal verblind door het felle licht. Dit trekt binnen enkele minuten bij.

De druppels om uw pupil wijder te maken werken anderhalf tot drie uur. Gedurende deze tijd kunt u niet scherp zien. Als de druppels uitgewerkt zijn, kunt u alweer heel redelijk zien. Wel kunt een paar dagen of weken meer last hebben van “vliegjes” (mouches volantes) of bewegende wolkjes. Dit zijn restanten van het lenskapseltje en de in het glasvocht vrijgekomen eiwitten uit het kapseltje. Deze restanten zullen langzaam verschrompelen en gedeeltelijk afgebroken worden. Door de zwaartekracht zakken de overgebleven deeltjes uit de visuele as naar beneden, waardoor u ze niet meer ziet.

Wanneer moet u contact opnemen met het ziekenhuis? 

Er is geen controle nodig na de behandeling. Wel is het belangrijk dat u direct contact opneemt met ons als: 

  • u flitsen ziet;
  • u niet beter gaat zien;
  • u slechter gaat zien.

Op werkdagen tussen 8.30 en 17.00 uur belt u de polikliniek Oogheelkunde op 088 - 005 5022. U krijgt een keuzemenu. U kiest optie 2 voor medisch inhoudelijke vragen. Houd uw patiëntnummer bij de hand.

Op werkdagen tussen 17.00 en 08.30 uur en in het weekend belt u naar het centrale nummer van Rijnstate Arnhem, telefoonnummer 088 – 005 8888. U vraagt naar de oogarts die dienst heeft. Zeg tegen de oogarts dat u een nastaarbehandeling heeft gehad.

Wat mag u na een nastaarbehandeling doen? 

Direct na de nastaarbehandeling mag u niet autorijden. U ziet namelijk minder scherp door de oogdruppels en de lichtflitsen. Zelf naar huis autorijden is daarom niet mogelijk. Ook als u met het openbaar vervoer of met een taxi komt, raden we u aan om iemand mee te nemen die u naar huis kan begeleiden. Is het zonnig weer? Dan is het verstandig een zonnebril te dragen na de laserbehandeling.

Behalve autorijden mag u alles direct na de behandeling weer doen zoals normaal (zelfs bukken, tillen en zwemmen).

Medicijnen en oogdruppels 

Op de dag van de behandeling kunt u uw eigen medicijnen en oogdruppels gewoon gebruiken. Een uitzondering hierop zijn druppels die de pupil van het oog nauwer maken, zoals pilocarpine en isoptocarpine. Overlegt u bij twijfel met uw oogarts.

Het is in principe niet nodig om extra oogdruppels te gaan gebruiken na de laserbehandeling, tenzij uw oogarts aangeeft dat u deze wel nodig heeft.

Wat zijn de risico’s van een nastaarbehandeling? 

Bij elke behandeling is er kans op complicaties, dus ook bij de nastaarbehandeling. De volgende problemen kunnen voorkomen:

Loslaten van het netvlies, verhoogde oogdruk en laserplekjes 
Er bestaat een kleine kans van minder dan 1 procent dat het netvlies loslaat na de behandeling of de oogdruk verhoogd is. Vaker komt het voor dat er enkele lens-pits (kleine laserplekjes in de kunstlens) komen. U merkt hier meestal niets van.

Vocht in het midden van het netvlies 
Soms kan het netvlies reageren op de behandeling en hoopt zich vocht op in het midden van het netvlies.
Dit heet maculaoedeem. Deze vochtophoping is meestal tijdelijk en kan ervoor zorgen dat u minder goed ziet. Ook kunt u last krijgen van vervormingen van het beeld. U ziet dan bijvoorbeeld scheve deurposten of dansende letters. Maculaoedeem komt meestal voor bij patiënten die diabetes hebben of eerder een netvliesoperatie hebben gehad. Meestal kan de vochtophoping behandeld worden met druppels. Het kan ook zijn dat uw oogarts voor korte tijd ontstekingsremmende druppels voorschrijft om te voorkomen dat vocht zich ophoopt.

Verschrompeling van het lenszakje 
Over het algemeen zit het kunstlensje goed vastgegroeid in het lenskapsel en kan het na de behandeling niet verschuiven. Zelden komt het v oor dat het lenszakje na de behandeling verschrompelt. Dit heet phimosis. Phimosis kan er uiteindelijk toe leiden dat het kunstlensje samen met het lenszakje los komt te zitten. In het ergste geval is er een operatie nodig om dit te verhelpen.

Vlekken en lichtflitsen 
Ziet u vlekken, lichtflitsen of is het alsof u tegen een gordijn aankijkt? Dan kan het zijn dat er iets mis is met uw netvlies. Neem in dat geval contact op met Rijnstate.

Op werkdagen tussen 8.30 en 17.00 uur belt u de polikliniek Oogheelkunde op 088 - 005 5022. U krijgt een keuzemenu. U kiest optie 2 voor medisch inhoudelijke vragen. Houd uw patiëntnummer bij de hand. 

Op werkdagen tussen 17.00 en 08.30 uur en in het weekend belt u naar het centrale nummer van Rijnstate Arnhem, telefoonnummer 088 – 005 8888. U vraagt naar de oogarts die dienst heeft. Zeg tegen de oogarts dat u een nastaarbehandeling heeft gehad.

Vragen? 

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, dan beantwoorden wij deze graag. Bespreek uw vragen met uw oogarts of bel naar de polikliniek Oogheelkunde, telefoonnummer 088 – 005 5022

Onze specialismen

voor deze aandoening
Sluiten

Welke informatie wilt u downloaden?

De pagina die u nu bekijkt, is automatisch aangevinkt om te downloaden. Ziet u hieronder nog meer pagina’s staan? Dan kunt u zelf aanvinken welke pagina’s u wilt toevoegen.

De huidige pagina

Lettergrootte PDF
Deel PDF via: