Aandoening, behandeling en onderzoek
Specialist in spreekkamer geeft patiënte een hand
Laatste informatie over het coronavirus

Behandeling van het oog met Avastin, Lucentis, Eylea of Vistrec

U heeft een oogziekte. Hiervoor krijgt u een injectie met een medicijn in uw oog. Uw oogarts heeft deze behandeling met u besproken. Hier geven wij u meer uitleg over de oogziekte en de behandeling. 

Welke oogziekte heeft u? 

U heeft één van de volgende oogziektes: 

  • Leeftijdsgebonden natte maculadegeneratie (AMD);
  • Netvliesafwijkingen door Diabetes Mellitus: Diabetische Retinopathie (DRP);
  • Een vaatafsluiting (netvliestrombose);
  • Te hoge oogdruk door vaatnieuwvorming (neovasculair glaucoom).

Bij deze aandoeningen wordt het gezichtsvermogen bedreigd of is het al aangetast door afwijkingen die plaatsvinden in de gele vlek (macula). U kunt voor deze oogziektes behandeld worden.

Welke behandeling krijgt u? 

Met een injectie in uw oog wordt een medicijn toegediend. In het begin van de behandeling vinden de injecties maandelijks plaats. Het medicijn (vaatgroeiremmer) zorgt ervoor dat de lekkage van bestaande en eventueel al nieuw gevormde vaten zoveel mogelijk wordt stopgezet.

Bij de behandeling gebruiken wij meestal het medicijn Avastin (Bevacizumab). Avastin is het oudste medicijn dat als vaatgroeiremmer gebruikt wordt. Op indicatie kan Eylea (Aflibercept), Lucentis (Ranibizumab) of Vistrec (Triamcinolonacetonide) worden gebruikt.

Welk effect heeft een vaatgroeiremmer? 

Vaatgroeiremmers zorgen ervoor dat er minder snel nieuwe bloedvaten ontstaan en dat de bloedvaten minder snel vocht lekken. Uit onderzoek blijkt dat bij een groot deel van de patiënten na behandeling de oogziekte tot stilstand wordt gebracht.

Welke bijwerkingen kunt u na de injectie krijgen? 

Naast de goede werking is ook de veiligheid van een medicijn zeer belangrijk. Het aantal bekende bijwerkingen is minimaal.

Mogelijke complicaties 

Ernstige problemen, zoals blindheid of verlies van het oog, zijn bij deze behandeling zeer zeldzaam.
Na een injectie met een vaatgroeiremmer kunt u last krijgen van: 

  • een infectie aan het oog;
  • een bloeding op of in het oog;
  • een hoge druk in uw oog;
  • een netvliesloslating;
  • staar.

Deze problemen kunnen ervoor zorgen dat u slechter gaat zien.

Hoe worden de afspraken gemaakt? 

Standaard wordt de behandeling gestart met drie injecties die maandelijks worden gegeven. Waar mogelijk worden de afspraken in overleg ingepland. U ontvangt een schriftelijke bevestiging van de afspraken.

Hoe bereidt u zich voor? 

Op de dag dat u de injectie krijgt, mag u gewoon eten en drinken. U kunt ook uw dagelijkse medicijnen slikken en eventuele oogdruppels gebruiken. Gebruikt u antistollingsmiddelen, dan hoeft u daar niet mee te stoppen.
U maakt het oog dat wij gaan behandelen goed schoon. U haalt ook alle make-up van het oog en de wenkbrauw. Als u een gehoorapparaat draagt, dan mag u dit inhouden.

Hoe verloopt de eerste injectie? 

U krijgt de injectie op de polikliniek Dagverpleging in Rijnstate Velp. Deze polikliniek is op de vijfde etage. U kunt gaan zitten in de wachtruimte achter de lift. U wordt opgehaald en uw oog wordt verdoofd met druppels.
Daarna gaat u naar de ruimte waar de arts of de Physician Assistent u de injectie in uw oog geeft.

Uw oog wordt tevoren gedesinfecteerd. De injectie wordt via een steriel kokertje (invitria) in de glasvochtruimte gespoten. De glasvochtruimte is de ruimte achter de ooglens. Doorgaans valt de pijn van de injectie erg mee. Na afloop krijgt u wat ooggel op uw oog. Daarna mag u direct weer naar huis. U kunt zelf niet autorijden. Zorg er dus voor dat u iemand meeneemt die u naar huis kan brengen.

Wat merkt u na de injectie? 

In het begin ziet u misschien iets waziger en ziet u wellicht kleine vlokjes in uw beeld bewegen. Rond de plaats van de injectie komt vaak een kleine bloeduitstorting op het oogwit. Dit is geheel onschuldig.

Wanneer moet u contact met ons opnemen? 

U neemt contact op met de polikliniek Oogheelkunde als u de volgende klachten heeft: 

  • als uw oog erg geïrriteerd is;
  • als de kleur van uw oog steeds roder wordt;
  • als u pijn aan het oog krijgt;
  • als u ineens wazig begint te zien;
  • als u bezorgd bent.

U kunt de polikliniek Oogheelkunde tussen 8.30 en 17.00 uur bereiken op telefoonnummer 088 - 005 5022. U krijgt een keuzemenu. U kiest optie 2 voor medisch inhoudelijke vragen. Houd uw patiëntnummer bij de hand. 

Tussen 17.00 en 8.30 uur belt u naar het centrale nummer van Rijnstate Arnhem, telefoonnummer 088 - 005 8888. U vraagt dan naar de oogarts die dienst heeft. Zegt u tegen de oogarts dat u een injectie met vaatgroeiremmers in het oog heeft gekregen.

Controle afspraak 

Drie tot vijf weken na de laatste injectie heeft u een afspraak bij de oogarts. Afhankelijk van het resultaat van de behandeling maakt de oogarts verdere afspraken met u.
Uw klachten kunnen terugkomen lang nadat u met succes behandeld bent. Gaat u binnen enkele dagen minder scherp zien en/of gaan uw beelden vervormen? Neemt u dan direct contact op met de polikliniek Oogheelkunde. 

Heeft u nog vragen? 

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Oogheelkunde in Rijnstate Velp, Rijnstate Arnhem, Rijnstate Zevenaar of Rijnstate Arnhem-Zuid via telefoonnummer 088 - 005 5022

Kijk voor meer informatie op www.rijnstate.nl.

Onze specialismen

voor deze aandoening
Sluiten

Welke informatie wilt u downloaden?

De pagina die u nu bekijkt, is automatisch aangevinkt om te downloaden. Ziet u hieronder nog meer pagina’s staan? Dan kunt u zelf aanvinken welke pagina’s u wilt toevoegen.

De huidige pagina

Lettergrootte PDF
Deel PDF via: