1. Immunotherapie bij allergie
Onderzoek en behandeling
Specialist in spreekkamer geeft patiënte een hand

Immunotherapie bij allergie

Immunotherapie, ook wel desensibilisatie of hyposensibilisatie genoemd, is een behandelingsvorm voor bepaalde types van allergie. Immunotherapie houdt in dat men het afweersysteem minder gevoelig maakt door de stof waarvoor iemand allergisch is in toenemende hoeveelheden toe te dienen. Het lichaam went er langzaam aan en het immuunsysteem zal minder heftig gaan reageren bij blootstelling aan het allergeen. In feite wordt het kwaad met het kwaad bestreden. De allergische klachten kunnen zo sterk afnemen of zelfs geheel verdwijnen, dat er geen of veel minder medicijnen gebruikt hoeven te worden.

Immunotherapie bij kinderen

Bij allergische rhinitis op basis van graspollen, zonder astma, kan immunotherapie in tabletvorm (SLIT, sublinguale immunotherapie = tablet onder de tong) worden overwogen. Bij deze behandeling is er relatief vaak sprake van lokale bijwerkingen in de vorm van orale prikkeling (35 procent). De behandeling met immunotherapie heeft de meeste kans van slagen bij kinderen waar maar één of enkele allergenen relevant zijn voor de klachten.

Bij andere vormen van allergie kan ook subcutane immunotherapie (SCIT = onderhuidse vaccinatietherapie) overwogen worden. Bijvoorbeeld bij huisstofmijt, boom- en (ook) graspollen. Dit kan zowel bij allergische rhinitis als ook bij kinderen met allergisch (licht) astma.

De aanbevolen optimale behandelduur voor pollenallergie (hooikoorts) is drie jaar, voor huisstofmijtallergie vijf jaar. De vaccinatietherapie is maandelijks op het spreekuur van een (KNO/long/allergie-) arts. Na elke prik moet een half uur worden gewacht in de wachtkamer om eventuele bijwerkingen te observeren. Deze behandeling kan alleen gegeven worden als het astma stabiel is en het kind oud genoeg is om deze intensieve behandeling te ondergaan.

Immunotherapie bij volwassenen

Bij allergische rhinitis en/of licht astma kan immunotherapie overwogen worden. Bij verdenking op astma moet eerst een longfunctie worden geblazen, al dan niet in combinatie met een methacholinetest. Dit is om de mate van gevoeligheid voor (allergische) prikkels van de onderste luchtwegen te bepalen.

Immunotherapie kan voor graspollen middels sublinguale therapie (SLIT) en vaccinatietherapie (SCIT); voor huisstofmijt en boompollen middels SCIT. De behandelduur is hetzelfde als bij kinderen, drie tot vijf jaar.