Allergisch astma
Specialist in spreekkamer geeft patiënte een hand

Behandelingen

Vermijden allergeen

Bij de behandeling van allergie is het belangrijk dat contact met het allergeen zo veel als mogelijk wordt vermeden. Dit is soms gemakkelijker gezegd dan gedaan. Onze gespecialiseerde verpleegkundigen of de verpleegkundigen van STMG kunnen u adviseren welke maatregelen voor u noodzakelijk zijn.

Vermijden van blootstelling aan boom- en/of graspollen is in de praktijk niet mogelijk. Bij aangetoonde allergie voor honden of katten en matig-ernstig aanhoudende klachten kan het wegdoen van een huisdier een verbetering van de klachten geven. Voor een allergie voor huisstofmijt kan sanering van het huis effect hebben. Blootstelling aan sigarettenrook kan de klachten onderhouden of verergeren. Roken wordt dan ook ontraden, door de persoon zelf, maar ook door/in de omgeving (bijvoorbeeld ouders niet roken in bijzijn van de kinderen).

Als het vermijden van het allergeen niet mogelijk is of onvoldoende effect heeft wordt medicamenteuze therapie geadviseerd.

Medicijnen

Bij allergisch astma worden pufjes (inhalatiecorticosteroïden = prednison per inhalatie) voor de onderste luchtwegen voorgeschreven. Deze medicijnen beschermen uw luchtwegen voor een aanval van benauwdheid. Naast deze beschermende pufjes wordt er ook altijd luchtwegverwijdende medicatie voorgeschreven, die geeft verlichting bij benauwdheid. Daarnaast kunnen nog antihistaminica (tabletten) worden gebruikt als er al klachten zijn van allergie; deze kunnen hiermee snel worden verminderd.

Indien er ook allergische neusklachten zijn is het belangrijk te weten of de klachten soms of vaak aanwezig zijn. Afhankelijk daarvan kan een neusspray (met corticosteroïden = prednison per inhalatie) worden voorgeschreven. Hiervan zijn de bijwerkingen doorgaans mild, hooguit locale irritatie en soms bloedneuzen. Bij onvoldoende effect kan de dosis worden opgehoogd of kunnen antihistaminica of montelukast (anti-leukotrieen tablet) aan de behandeling worden toegevoegd.

Ongeveer een derde van de behandelde patiënten blijft klachten houden ondanks optimale dosering van medicijnen. Voor deze groep kan allergeenspecifieke immunotherapie een aanvullende behandeling zijn.

Immunotherapie

Immunotherapie, ook wel desensibilisatie of hyposensibilisatie genoemd, is een behandelingsvorm voor bepaalde types van allergie. Immunotherapie houdt in dat men het afweersysteem minder gevoelig maakt door de stof waarvoor iemand allergisch is in toenemende hoeveelheden toe te dienen. Het lichaam went er langzaam aan en het immuunsysteem zal minder heftig gaan reageren bij blootstelling aan het allergeen. In feite wordt het kwaad met het kwaad bestreden. De allergische klachten kunnen zo sterk afnemen of zelfs geheel verdwijnen, dat er geen of veel minder medicijnen gebruikt hoeven te worden.

Immunotherapie bij kinderen

Alleen bij lichte astmatische klachten kan immunotherapie overwogen worden. Immunotherapie voor graspollen kan met SLIT (sublinguale immunotherapie = tablet onder de tong). Bij deze behandeling is er relatief vaak sprake van lokale bijwerkingen in de vorm van prikkeling van de tong (35%).
Subcutane immunotherapie (SCIT = onderhuidse vaccinatietherapie) kan overwogen worden bij een allergie voor huisstofmijt, boom- en (ook) graspollen. De aanbevolen optimale behandelduur voor pollenallergie (hooikoorts) is drie jaar, voor huisstofmijtallergie 5 jaar.

De vaccinatietherapie is maandelijks op het spreekuur van een (KNO/long/allergie-) arts. Na elke prik moet een half uur worden gewacht in de wachtkamer om eventuele bijwerkingen te observeren. De behandeling met immunotherapie heeft de meeste kans van slagen bij kinderen waar maar één of enkele allergenen relevant zijn voor de klachten.

Immunotherapie bij volwassenen

Bij allergisch astma kan immunotherapie overwogen worden. Bij verdenking op astma moet eerst een longfunctie worden geblazen al dan niet in combinatie met een methacholinetest om de mate van gevoeligheid voor (allergische) prikkels van de onderste luchtwegen te bepalen. De toediening en keuze van immunotherapie (SLIT of SCIT) is bij kinderen en volwassenen hetzelfde.

Anti-IgE

Bij een kleine groep patiënten met hardnekkige klachten van allergisch astma is het mogelijk om de allergische antistoffen te blokkeren met onderhuidse anti-IgE injecties.

Sluiten

Welke informatie wilt u downloaden?

De pagina die u nu bekijkt, is automatisch aangevinkt om te downloaden. Ziet u hieronder nog meer pagina’s staan? Dan kunt u zelf aanvinken welke pagina’s u wilt toevoegen.

De huidige pagina

Lettergrootte PDF
Deel PDF via: