Aandoening, behandeling en onderzoek
Specialist in spreekkamer geeft patiënte een hand
Laatste informatie over het coronavirus

Algemene voedingsadviezen diabetes mellitus

Diabetes mellitus (suikerziekte) is een stofwisselingsziekte waarbij de alvleesklier (pancreas) geen of weinig van het hormoon insuline produceert. Hier leest u informatie over de behandeling van deze ziekte. 

Diabetes mellitus 

Het lichaam is opgebouwd uit miljoenen cellen. Door de energie die ze opnemen zorgen deze cellen ervoor dat wij leven en bewegen. De energiebron bestaat uit glucose. Insuline is de stof die zorgt dat glucose de cel binnen gaat. Insuline is daarom te vergelijken met de sleutel die het slot van de cel opendraait.

Door een tekort aan insuline kan de glucose niet in de cellen worden opgenomen. Het kan ook dat de insuline niet zo goed werkt. Dit is meestal het geval bij overgewicht. Hierdoor stijgt het glucosegehalte in het bloed. Als dit veel te hoog wordt, plast u de glucose uit. Hier is veel vocht voor nodig, waardoor u dorst krijgt en meer gaat drinken. De lichaamscellen krijgen een tekort aan glucose: ze lijden als het ware honger. Ook dit veroorzaakt klachten. 

Klachten  

Een te hoog bloedglucosegehalte (hyperglycemie) kan de volgende klachten veroorzaken: 

  • dorst
  • droge mond
  • veel plassen
  • vermoeidheid
  • slaperigheid
  • jeuk
  • gewichtsverlies
  • slechter zien.

Behandeling 

Om een goed bloedglucosegehalte te realiseren, is het belangrijk dat er een evenwicht komt tussen de factoren die hierop van invloed zijn: voeding, insuline en inspanning. Daarnaast kunnen stress en ziekte de bloedglucose beïnvloeden.

De bloedglucose moet binnen de vastgestelde waarden blijven, dus niet te hoog of te laag zijn. Diabetes mellitus kan worden behandeld met: 

  • tabletten
  • insuline-injecties
  • insulinepomp

Daarnaast is het belangrijk dat u op uw voeding let.

Voeding en spijsvertering 

Ons lichaam heeft energie nodig om te kunnen functioneren. Deze energie wordt opgenomen uit de dagelijkse voeding. Voeding bestaat uit verschillende voedingsmiddelen. Die bevatten een aantal belangrijke voedingsstoffen:

  • koolhydraten
  • vetten
  • eiwitten
  • voedingsvezels.

Tijdens de vertering wordt de voeding in het maagdarmkanaal afgebroken tot voedingsstoffen. Deze zijn te verdelen in verteerbare en onverteerbare stoffen. De koolhydraten, vetten en eiwitten worden opgenomen in het bloed en vervoerd naar alle cellen van het lichaam. De onverteerbare voedingsvezels blijven in de darmen achter.

De vertering en opname van voeding kunnen in een tekening als volgt worden weergegeven: 

De voeding bij diabetes mellitus is gebaseerd op de Schijf van Vijf met extra aandacht voor koolhydraten en vetten.

Koolhydraten 

Koolhydraten zijn de brandstof van ons lichaam. Zij worden in de maag en de darmen uiteindelijk omgezet tot glucose en opgenomen in het bloed. Ze leveren de energie die nodig is om te kunnen leven. Koolhydraten is de verzamelnaam voor: 

  • glucose (druivensuiker): in druivensuikertabletten;
  • fructose (vruchtensuiker): in fruit en vruchtensappen;
  • lactose (melksuiker): in melkproducten zoals melk, yoghurt en karnemelk;
  • sacharose (suiker): in alle producten met suiker, zoals koekjes, gebak en frisdranken;
  • zetmeel: in aardappelen, brood, granen, peulvruchten, en dergelijke.

De verschillende soorten koolhydraten zijn in te delen in ‘snelle’ en ‘langzame’ koolhydraten.
Snelle koolhydraten worden snel en gemakkelijk in het bloed opgenomen, langzame koolhydraten trager en moeilijker. De opnamesnelheid van de koolhydraten wordt ook beïnvloed door de andere voedingsstoffen in de maaltijd (eiwitten, vetten en voedingsvezels). Zij helpen het proces trager te laten verlopen.

Vetten 
Vet wordt over het algemeen door het lichaam als brandstof gebruikt en is opgebouwd uit: 

  • verzadigde vetzuren: onder andere in roomboter, volvette kaas, chocolade en slagroom
  • onverzadigde vetzuren: onder andere in dieethalvarine, dieetmargarine, plantaardige olie, vis en noten.

Vetten worden in de maag en de darmen uiteindelijk afgebroken tot vetzuren en opgenomen in het bloed. Onverzadigde vetzuren hebben een positief effect op het cholesterolgehalte in het bloed (cholesterolverlagend). Verzadigde vetzuren hebben een cholesterolverhogend effect. Een hoog cholesterolgehalte in het bloed verhoogt de kans op hart- en vaatziekten. Door diabetes is het risico op hart- en vaatziekten al iets verhoogd. Op vet letten, is daarom extra belangrijk.

Eiwitten 
Eiwitten zijn de bouwstenen voor het lichaam. Zoals een muur opgebouwd wordt uit stenen, worden de cellen van het lichaam opgebouwd uit eiwitten. Ze zijn nodig voor groei, vervanging van oude cellen en herstel van weefsel. Eiwitten worden in de maag en de darmen afgebroken en opgenomen in het bloed. Zij komen onder andere voor in vlees, vis, melk en melkproducten, peulvruchten, aardappelen en brood.

Voedingsvezels 
Voedingsvezels zijn voor het lichaam niet te verteren. Vezels zijn in staat vocht op te nemen en verbeteren daardoor de werking van de darmen en de stoelgang. Voedingsvezels komen onder andere voor in fruit met schil, groenten, peulvruchten, zilvervliesrijst, bruin- en volkorenbrood.

Aanbevelingen 
Bij diabetes mellitus zijn de volgende voedingstips van belang: 

  • Stem de hoeveelheid koolhydraten, lichaamsbeweging en insuline (of tabletten) goed op elkaar af om te voorkomen dat het glucosegehalte in het bloed te hoog of te laag wordt. Uw diëtist kan u daarbij helpen.
  • Een regelmatig eetpatroon helpt het glucosegehalte in uw bloed stabiel te houden.
  • Kies bij voorkeur voor producten die weinig vet bevatten. Vetrijke voeding geeft meer kans op hart- en vaatziekten en overgewicht.
  • Kies voor producten die onverzadigde vetzuren bevatten. Zij hebben een gunstig effect op het voorkomen van hart- en vaatziekten en helpen onder andere een (te) hoog cholesterol te verlagen.
  • Zorg voor een goed lichaamsgewicht (het gewicht dat past bij uw lengte).
  • Bij overgewicht kan een daling van het lichaamsgewicht zorgen voor een verlaging van het bloedglucosegehalte of voor vermindering van insuline of tabletten.
  • Drink voldoende, per dag minimaal anderhalve liter. Alles wat u drinkt, telt mee. Dus niet alleen water, maar bijvoorbeeld ook thee, koffie en melk. 

Werkwijze 

  1. Zoek uw lengte op de linkerlijn
  2. Zoek uw lichaamsgewicht op de middelste lijn
  3. Verbind beide punten met een liniaal en trek een streep zoals in het voorbeeld gebeurd is
  4. Lees op de rechterlijn het oordeel over uw lichaamsgewicht

Schijf van vijf 
De Schijf van Vijf bestaat uit vijf vakken vol goede producten om uit te kiezen. Kies elke dag genoeg uit elk vak en varieer daarbij volop. Als u eet volgens de Schijf van Vijf krijgt u van alles voldoende binnen, zoals vitaminen, mineralen en vezels. Producten die binnen de Schijf van Vijf passen, zijn vooral minder bewerkte en onbewerkte producten, producten zonder of met weinig toegevoegde suikers of zout, met weinig vet en vezelrijk. Kies niet te vaak en niet teveel producten die buiten de Schijf van Vijf vallen. Dan blijft u makkelijker op gewicht en vergoot u de kans op een gezonde oude dag.

Eten volgens de Schijf van Vijf betekent: 

  • veel groente en fruit;
  • vooral volkoren, zoals volkorenbrood, volkoren pasta, couscous en zilvervliesrijst;
  • minder vlees en meer plantaardig. Varieer met vis, peulvruchten, noten, eieren en vegetarische producten;
  • genoeg zuivel, zoals melk, karnemelk en yoghurt;
  • dagelijks een handje vol ongezouten noten;
  • zachte of vloeibare smeer- en bereidingsvetten;
  • voldoende vocht, zoals kraanwater, thee en koffie.

Meer over de Schijf van Vijf staat op www.voedingscentrum.nl/schijfvanvijf.

Aanbevolen dagelijkse hoeveelheden 

Wanneer u dagelijks onderstaande hoeveelheden gebruikt en zorgt voor voldoende afwisseling in de voeding, dan krijgt u alle voedingsstoffen voldoende binnen.

Voedingsmiddelen

19 tot 50 jaar

51 tot 70 jaar

70 en ouder

Groente

5 opscheplepels (250 gram)

5 opscheplepels (250 gram)

5 opscheplepels (250 gram)

Fruit

2 porties (200 gram)

2 porties (200 gram)

2 porties (200 gram)

Brood

4-5 sneetjes (vrouwen)

6-8 sneetjes (mannen)

3-4 sneetjes (vrouwen)

6-7 sneetjes (mannen)

3-4 sneetjes (vrouwen)

4-6 sneetjes (mannen)

Aardappelen, rijst, pasta en peulvruchten

4-5 opscheplepels volkoren graanproducten of kleine aardappelen (200-250 gram)

3-4 opscheplepels volkoren graanproducten of kleine aardappelen (150-200 gram)

3-4 opscheplepels volkoren graanproducten of kleine aardappelen (150-200)

Vlees, kip of vleesvervangers

Maximaal 100 gram

Maximaal 100 gram

Maximaal 100 gram

Eieren

 

2-3 per week

2-3 per week

2-3 per week

Peulvruchten

Minimaal 1 keer per week (100-150 gram)

Minimaal 1 keer per week (100-150 gram

Minimaal 1 keer per week (100-150 gram

Vis

Minimaal 1 keer per week (100 gram)

Minimaal 1 keer per week (100 gram)

Minimaal 1 keer per week (100 gram)

Ongezouten noten

 

25 gram

15 gram (vrouwen)

25 gram (mannen)

15 gram

Melkproducten

2-3 porties (300-450 ml)

3 porties (450 ml)

4 porties (600 ml)

Kaas

2 plakken kaas (40 gram)

2 plakken kaas (40 gram)

2 plakken kaas (40 gram)

Smeer- en bereidingsvetten

40 gram (vrouwen)

65 gram (mannen)

40 gram (vrouwen)

65 gram (mannen)

35 gram (vrouwen)

55 gram (mannen)

Dranken (incl. melk)

1,5 - 2 liter

1,5 - 2 liter

1,5 - 2 liter

 

Diabetesproducten en lightproducten 

Het regelmatig gebruiken van suiker of voedingsmiddelen die suiker bevatten, is voor iedereen ongezond. Maar deze producten laten staan, is meestal eenvoudiger gezegd dan gedaan.
Aan sommige voedingsmiddelen is geen suiker toegevoegd of is de suiker vervangen. Ze worden onder andere aangeduid met:

  •  lightproducten
  • ongezoet of zonder toevoeging van suiker
  • zoetstoffen
  • diabetesproducten.

Lightproducten

Er zijn diverse lightproducten verkrijgbaar. De term ‘light’ mag worden gebruikt als er minimaal 30 procent minder energie (kcal), vet of suiker in het product zit, vergeleken met het gewone product. Op de verpakking moet staan of het om energie, vet of suiker gaat. Voorbeelden van lightproducten zijn: light kaas, light chips, light stroopwafels of light frisdranken. Bij voedingsmiddelen die vet bevatten geeft de term light alleen aan dat het product ongeveer 30 procent minder vet bevat dan het oorspronkelijke product. Een lightproduct is dan ook niet zonder meer een mager product. Bijvoorbeeld smeerpaté light bevat 30 procent minder vet dan gewone paté. Het blijft echter vetter dan mager vleesbeleg.

Bij voedingsmiddelen die suiker bevatten, geeft de term light aan dat er tenminste 50 procent minder suiker aan toegevoegd is òf dat de suiker (gedeeltelijk) vervangen is door zoetstof. Light vruchtensap bevat bijvoorbeeld 50 procent minder suiker dan gewoon vruchtensap. Dit betekent dat er nog altijd vruchtensuikers aanwezig zijn in dit product. Hier moet rekening mee worden gehouden in het dieet.

De enige uitzondering binnen de groep lightproducten zijn de light frisdranken. Hierbij is de suiker geheel vervangen door een zoetstof die geen of zeer weinig koolhydraten bevat. Dit product bevat dus geen suiker en heeft dan ook geen invloed op het bloedglucosegehalte. Vanwege de kunstmatige zoetstoffen wordt echter aanbevolen niet meer dan twee à drie glazen per dag te drinken.

Ongezoet, zonder toegevoegde suiker  
Op de verpakking van voedingsmiddelen kan vermeld staan:

  • ongezoet
  • zonder toegevoegde suiker.

Dit wil niet zeggen dat het product geen koolhydraten bevat. Puur en ongezoet vruchtensap is gemaakt van vruchten. Vruchten bevatten vruchtensuiker. Vruchtensuiker is een koolhydraat dat de bloedsuikerspiegel doet stijgen. Ten aanzien van ongezoete producten en producten zonder toegevoegde suiker geldt dan ook dat u er op bedacht moet zijn dat het product toch suiker kan bevatten, omdat dit er van nature in zit. Kijk daarom op de verpakking of het product toch suiker bevat.

Zoetstoffen 
Het gebruik van zoetstoffen kan een alternatief zijn voor het gebruik van suiker in thee en koffie. Het blijft echter verstandiger de zoete smaak af te leren en uw koffie en thee te drinken zonder zoetstof. Bij het bereiden van cake, gebak en dergelijke kunt u gewoon suiker gebruiken, mits u de voeding en de insuline (of tabletten) maar op elkaar afstemt. De zoetstoffen zijn te verdelen in: 

  • zoetstoffen die energie leveren;
  • zoetstoffen die geen energie leveren.

Zoetstoffen die evenveel energie leveren als suiker zijn: 

  1. Sorbitol
  2. Xylitol
  3. Fructose.

Sorbitol en xylitol hebben een laxerende werking. Er wordt dan ook geadviseerd niet boven een bepaalde dosering per dag uit te komen. De dosering staat vermeld op de verpakking. Fructose is een andere naam voor vruchtensuiker. Fructose wordt omgezet in glucose en verhoogt daarmee uw bloedglucosegehalte.

Zoetstoffen die geen energie leveren, zijn bijvoorbeeld aspartaam, cyclamaat en sacharine. Deze zoetstoffen verhogen uw bloedglucosegehalte niet en zijn veilig om te gebruiken. Omdat deze zoetstoffen kunstmatig zijn en buiten de schijf van vijf vallen, raden we aan om het gebruik ervan te beperken.

Zoetstoffen zijn verkrijgbaar in de vorm van: 

  • Zoetjes
    Deze tabletjes kunt u gebruiken in warme vloeistoffen. Ze leveren geen energie.
  • Vloeibare zoetstoffen
    Hiervan kunt u enkele druppeltjes gebruiken in koude gerechten en dranken. Ze leveren geen energie.
  • Poedervormige zoetstoffen
    Deze kunt u zowel in koude als warme gerechten en dranken gebruiken. Deze zoetstoffen leveren meestal ook geen energie.

Voor het gebruik en de samenstelling van deze zoetstoffen is het aan te bevelen de verpakking te raadplegen. De voorkeur gaat uit naar zoetstoffen die geen energie bevatten.

Diabetesproducten 
Door de huidige inzichten zijn deze producten overbodig geworden. Het gebruik wordt zelfs afgeraden, omdat de suiker is vervangen door een energieleverende zoetstof en de producten veel (verzadigd) vet bevatten. Omdat de toegevoegde suiker vervangen is door een zoetstof, worden deze producten ‘suikervrij’ genoemd. De aanduiding ‘suikervrij’ wil echter niet zeggen dat er geen koolhydraten in het product zitten. Zo bevat een suikervrije stroopwafel namelijk wel veel koolhydraten in de vorm van zetmeel.

Diabetes Vereniging Nederland 

De Diabetes Vereniging Nederland (DVN) is een patiëntenvereniging die zich inzet voor de belangen van mensen met diabetes in Nederland. 

De vereniging geeft onder andere voorlichting, cursussen en organiseert patiëntenbijeenkomsten. Bovendien geeft ze brochures uit en verschijnt er iedere maand het tijdschrift: DIABC. Dit tijdschrift ontvangt u automatisch als u lid wordt van de DVN. Jongeren tussen de 12 en 22 jaar ontvangen nog eens extra vier keer per jaar het blad Sugar.nl. Voor kinderen van 6 tot 13 jaar is er twee keer per jaar het tijdschrift SugarKids. 

Om lid te worden van de DVN en voor ander vragen over diabetes of de DVN kunt u terecht bij de diabeteslijn: 033 - 463 0566. De diabeteslijn van DVN is 24 uur per dag bereikbaar, 's nachts alleen in noodgevallen.

Daarnaast is de DVN ook per email en via internet bereikbaar. Email: info@dvn.nl
www.dvn.nl

Vragen 

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, neem dan contact op met de afdeling Diëtetiek. Op werkdagen is de afdeling bereikbaar via telefoonnummer 088 - 005 6354.

Onze specialismen

voor deze aandoening
Sluiten

Welke informatie wilt u downloaden?

De pagina die u nu bekijkt, is automatisch aangevinkt om te downloaden. Ziet u hieronder nog meer pagina’s staan? Dan kunt u zelf aanvinken welke pagina’s u wilt toevoegen.

De huidige pagina

Lettergrootte PDF
Deel PDF via: