1. Afwijkend uitstrijkje
Aandoening en behandeling
Specialist in spreekkamer geeft patiënte een hand

Afwijkend uitstrijkje

Bij een uitstrijkje worden cellen van de baarmoederhals afgenomen. Die cellen gaan voor onderzoek naar het laboratorium in het ziekenhuis. Afwijkingen kunnen wijzen op het voorstadium van baarmoederhalskanker. Dit is meestal heel goed te behandelen.

Bevolkingsonderzoek

Alle vrouwen in Nederland in de leeftijd tussen de 30 en 60 jaar krijgen elke vijf jaar een oproep voor een uitstrijkje. Dit gebeurt in het kader van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. U gaat hiervoor in de meeste gevallen gewoon naar de huisarts. Soms maakt de huisarts of gynaecoloog om andere redenen een uitstrijkje, bijvoorbeeld wanneer u klachten heeft die hiertoe aanleiding geven.

Afwijkingen

Een afwijking ontstaat in de meeste gevallen door het Humaan Papilloma Virus (HPV). Tussen blootstelling aan het virus en het ontstaan van een afwijking kan soms wel 10 tot 15 jaar zitten. Afwijkingen kunnen vaak spontaan genezen of zijn te behandelen met een kleine operatie. In enkele gevallen is de afwijking groter en kan deze duiden op (het ontstaan van) baarmoederhalskanker.

PAP-scores

De mate van afwijking wordt aangegeven met behulp van de zogenaamde PAP-classificatie. De indeling gaat van PAP 1 (normaal) tot PAP 5 (verdenking van kwaadaardige cellen). De PAP-classificatie is geen diagnose, maar een aanwijzing dat er mogelijk iets aan de hand is en verder onderzoek nodig is. Vanaf de uitslag PAP 3a (matige afwijking) krijgt u meestal direct nader onderzoek, omdat het risico op (het ontstaan van) baarmoederhalskanker dan geleidelijk toeneemt.

Risicogroepen

Vrouwen tussen de 30 en 60 jaar hebben een verhoogd risico, evenals vrouwen die een verminderde afweer hebben tegen infecties, bijvoorbeeld door medicijngebruik of omdat zij HIV-positief zijn. Ook DES-dochters hebben een verhoogd risico op een afwijkend uitstrijkje. Andere bekende risicofactoren zijn: vaak wisselende seksuele contacten, onveilig vrijen en roken.

Preventie

Om afwijkingen te voorkomen, is vaccinatie tegen het HPV-virus de beste oplossing. Dit is vanaf 2009, dankzij het Rijksvaccinatieprogramma, mogelijk voor meisjes van 12-17 jaar. Voor vrouwen boven de 17 jaar is vaccinatie niet mogelijk. U kunt wel de risicofactoren beïnvloeden door niet-roken en door het gebruik van condooms tijdens het vrijen.

Behandeling

Heeft u een lichte afwijking, dan krijgt u na een half jaar nog een uitstrijkje (meestal bij de huisarts). Is de afwijking groter, dan volgt nader onderzoek van de baarmoederhals. Onderzoek en behandeling vinden bijna altijd plaats tijdens op de Cervixpoli, een onderdeel van de polikliniek gynaecologie. In een enkel geval gebeurt dit op de operatiekamer. Onderzoek en behandeling nemen in totaal ongeveer 20 minuten in beslag.

Interessante websites