1. Aandrangincontinentie
Aandoening en behandeling
Specialist in spreekkamer geeft patiënte een hand

Aandrangincontinentie

Wat is aandrangincontinentie?

Bij aandrangincontinentie ontstaat er een plotselinge neiging om te plassen, die u niet kunt stoppen. De blaasspier knijpt onverwacht samen en u plast zonder dat u van tevoren gewaarschuwd bent. Vaak is de tijd te kort om nog naar het toilet te kunnen gaan. We noemen aandrangincontinentie ook wel 'urge-incontinentie’. Urge is Engels voor behoefte of aandrang.

Symptomen

De dringende behoefte om te plassen wordt vaak opgewekt door contact met water, kou of alleen al door de sleutel in het slot te steken als u thuiskomt. U moet heel vaak plassen en dit kan overdag, ’s nachts en bij volkomen rust het geval zijn. De hoeveelheid urine die u per keer verliest kan soms groter zijn dan bij stressincontinentie, omdat de blaas vaak in één keer helemaal leegstroomt.

Wat zijn de oorzaken van aandrangincontinentie?

Meestal is er geen directe oorzaak voor aandrangincontinentie. Er kan een verband zijn met psychische spanningen of met lichamelijke oorzaken, zoals neurologische aandoeningen, afwijkingen in de stofwisseling (bijvoorbeeld suikerziekte) of een urineweginfectie. Een urineweginfectie kan met antibiotica worden genezen. Als laatste kan ook een verminderde hoeveelheid aan vrouwelijke geslachtshormonen na de menopauze aandrangincontinentie veroorzaken.

Aandrangincontinentie komt voor bij ongeveer 20% van de gevallen van urine-incontinentie en neemt toe naarmate de leeftijd hoger wordt.

Behandeling van aandrangincontinentie

Bij aandrangincontinentie zijn er verschillende behandelingen mogelijk:

  • blaastraining: het proberen te vergroten van uw blaascapaciteit door middel van blaastraining (uitstellen van plassen). Een gespecialiseerde bekkenfysiotherapeut of continentieverpleegkundige kan u dit aanleren, waarbij ook leefadviezen worden besproken.
  • medicatie (anti-cholinergica)
  • blaasspoelingen
  • neurostimulatie (PTNS): bij neurostimulatie worden de zenuwen met zachte elektrische pulsen gestimuleerd. Zo is het mogelijk om de zenuwen die verantwoordelijk zijn voor de controle van de blaas te beïnvloeden.
  • Botox-injecties: als botox (botuline-toxine) in de blaasspier wordt gespoten, wordt de signaaloverdracht van de zenuwuiteinden naar de blaasspier geblokkeerd. Hierdoor neemt het samentrekken van de blaas af. Daarnaast worden waarschijnlijk ook gevoelszenuwen vanuit de blaas geblokkeerd, waardoor het gevoel van aandrang om te plassen vermindert.

Onze specialismen

voor deze aandoening