Uw ziekenhuis met lokaties in Arnhem, Zevenaar, Velp, Dieren en Arnhem-Zuid.

Deel dit nieuws


Sterftecijfers Rijnstate over 2010

20-12-2011 

Ziekenhuizen aangesloten bij de NVZ vereniging van ziekenhuizen (NVZ) en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) maken dit jaar naast hun absolute sterftecijfer over 2010 voor het eerst het gecorrigeerde cijfer openbaar. Zo ook Rijnstate.

Absolute sterftecijfer in 2010

In 2010 zijn op de verschillende ziekenhuislocaties van Rijnstate in totaal 39.298 patiënten klinisch opgenomen. Daarvan zijn 938 patiënten overleden. Het ruwe sterftepercentage van Rijnstate is dus 2,38%.

Dit absolute cijfer is niet gecorrigeerd naar onder andere leeftijd en geslacht van patiënten, de ernst van hun aandoeningen en bijkomende ziektebeelden en daardoor niet te vergelijken met het sterftecijfer van andere ziekenhuizen. Rijnstate krijgt bijvoorbeeld veel zware hartpatiënten doorverwezen van andere ziekenhuizen om in Arnhem gedotterd te worden. Daarnaast liggen oudere patiënten vaak lang in Rijnstate, omdat na uitbehandeling in het ziekenhuis niet altijd direct plek is in revalidatie- of verpleeginstellingen.

Gestandaardiseerde sterftecijfer in 2010

In Nederland bestond vorig jaar nog geen betrouwbare meetsystematiek die de cijfers corrigeerde. Dit jaar is een instrument ontwikkeld op basis van de Engelse Hospital Standardized Mortality Rate (HSMR) waarmee een gestandaardiseerd sterftecijfer wordt berekend en dat wordt ingezet om de sterftecijfers door de jaren heen te kunnen beoordelen. Hoewel dit instrument nog verder ontwikkeld moet worden, geeft het al een betrouwbaarder beeld dan het absolute sterftecijfer.

Het gestandaardiseerde sterftecijfer is de verhouding tussen het werkelijke en het ‘verwachte’ aantal sterfgevallen in een ziekenhuis, vermenigvuldigd met 100. Het werkelijk aantal sterfgevallen is gecorrigeerd voor patiënt- en locatiefactoren die wel de kans op sterfte verhogen maar niets te maken hebben met kwaliteit van zorg. Met ‘verwachte sterfte’ wordt bedoeld de sterfte die op grond van het patiëntenprofiel kan worden verwacht. Als het gestandaardiseerde sterftecijfer uitkomt op 100, komt de werkelijke sterfte overeen met de verwachte sterfte.

Voor de berekening van het gestandaardiseerde sterftecijfer van Rijnstate in 2010 zijn 16.083 klinisch opgenomen patiënten meegewogen, waarvan er 723 zijn overleden. Het verwachte aantal overleden patiënten was 764 Het gestandaardiseerde sterftecijfer van Rijnstate komt daarmee op 95.

Vergelijking tussen ziekenhuizen op kwaliteit nog niet mogelijk

De nu berekende gestandaardiseerde sterftecijfers maken nog geen kwaliteitsverschillen tussen ziekenhuizen duidelijk. Het gestandaardiseerde sterftecijfer is een indicator die vooral nuttig is voor interne signalering en gebruik in de ziekenhuizen zelf. Er bestaan grote verschillen in de wijze waarop in Nederlandse ziekenhuizen de patiëntkenmerken worden geregistreerd en gecodeerd. Er wordt nu hard gewerkt aan een eenduidige, nauwkeurige en gedetailleerde registratie.
Het rekenmodel zelf is ook in ontwikkeling. Zo kunnen nog niet alle variabelen die mogelijk relevant zijn voor de berekening van het sterftecijfer worden geregistreerd, zoals de algemene conditie of weerstand van de patiënt of erfelijke factoren die het behandelingsresultaat beïnvloeden.