Onderzoeken
Bloedonderzoek
Bloedonderzoek vindt meestal plaats nadat je bij de kinderarts bent geweest. Hou je niet van injecties, dan smeert de assistente een speciale zalf op je huid. Deze zalf zorgt ervoor dat je de prik bijna niet voelt.
Urine-/ontlastingonderzoek
In sommige gevallen moet je een potje plas meenemen. Dit kun je thuis doen, of in het ziekenhuis. Ook kan het zijn dat je wat ontlasting (poep) voor onderzoek moet meebrengen.
Röntgenfoto
Met een röntgenapparaat kan een arts je lichaam van binnen bestuderen. Van het maken van een röntgenfoto merk je niks. Voor de meeste röntgenfoto’s hoef je geen afspraak te maken. Voor een aantal wel. Hiervoor moet je later nog een keer terugkomen.
ECG
ECG is de afkorting van Elektro-Cardio-Gram, een moeilijk woord voor hartfilmpje. Bij dit onderzoek lig je op een onderzoeksbank. Er worden zes elektroden (draadjes) op je huid vastgemaakt en je krijgt bandjes om je enkels en polsen. Vervolgens moet je stil liggen. Via de elektroden wordt aan een apparaat doorgegeven hoe het met je hart gaat.
EEG
EEG staat voor Elektro-Encefalo-Gram, een moeilijk woord voor hersenfilmpje. Ook in dit geval moet je stil liggen. Via elektroden die op je hoofd worden geplakt, wordt aan een apparaat doorgegeven hoe het met je hersenen gaat.
Longfunctie
Ben je af en toe benauwd of heb je andere problemen met je luchtwegen, dan moet je een longfunctie-onderzoek, een soort blaastest, doen. Hierbij adem je hard in en uit in een buisje, terwijl er een knijper op je neus zit.
Uroflowmetrie
Dit onderzoek wordt gedaan als je problemen hebt met plassen, of vaak een blaasontsteking hebt. Voorafgaand aan het onderzoek is het belangrijk dat je veel drinkt. Tijdens het onderzoek moet je op een speciaal toilet plassen. In de wc-pot zit een apparaatje dat meet hoe je plast. Na het plassen wordt met een echo-apparaat gekeken of je blaas leeg is.
Mictiecystogram
Met dit onderzoek wordt gekeken hoe je blaas en plasbuis eruitzien. Dit wordt gedaan door een slangetje via je plasbuis in te brengen. Hier wordt een contrastmiddel ingespoten. Dit middel zorgt ervoor dat je blaas en plasbuis op een röntgenfoto goed te zien zijn.
Na een onderzoek
Het kan zijn dat de kinderarts je medicijnen geeft om je beter te maken of om te zorgen dat je je lekkerder voelt. Soms is opname op de kinderafdeling nodig om uit te zoeken wat er met je aan de hand is. Het is mogelijk dat je geopereerd moet worden. Maar het kan natuurlijk ook best zijn dat je na een onderzoek gewoon weer naar huis kunt en dat je niet hoeft terug te komen.

