Wat gebeurd er op de spoedeisende hulp?
Op de Spoedeisende Hulp (SEH zegt de dokter. Dat is lekker kort) komen mensen die ineens heel ziek zijn geworden, of bijvoorbeeld hun been of arm hebben gebroken.
Als je binnenkomt op de Spoedeisende Hulp kijkt een zuster hoe snel je hulp nodig hebt. Iedereen die binnenkomt krijgt een kaart met een kleur. Een rode kaart betekent dat je meteen geholpen moet worden. Oranje wil zeggen dat je heel even moet wachten. Bij een gele kaart kan het wachten wat langer duren. Bij een groene kaart moet je misschien wel een flinke tijd wachten, zeker als het druk is. En met een blauwe kaart kan je beter naar je eigen huisarts gaan. De kleur van de kaart laat dus zien hoe erg het is.
Als je aan de beurt bent, komt er een dokter kijken. Als hij denkt dat het nodig is, krijg je een onderzoek. Misschien wel een prik. Of moet er een foto worden gemaakt.
De meeste patiënten kunnen na onderzoek of behandeling op de Spoedeisende Hulp weer naar huis. Als het nodig is dat je in het ziekenhuis blijft, brengt een zuster jou naar de kinderafdeling.

